Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 15 januari 2026, ontvangen op 15 januari 2026;
- de rapportage van de Raad van 29 januari 2026, ontvangen op 30 januari 2026.
- de vader, bijgestaan door een (telefonische) tolk Hongaars, mw. [persoon] ;
- de moeder, bijgestaan door een (telefonische) tolk Hongaars, mw. [persoon] ;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- De kinderen groeien op in een veilige en voorspelbare opvoedingsomgeving;
- Er is zicht op de ontwikkeling van de kinderen en passende hulpverlening wordt hierop zo nodig ingezet of verder doorgezet, de kinderen ontwikkelen leeftijdsadequaat/ naar hun mogelijkheden;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren de ruimte om zichzelf te richten op hun eigen ontwikkelingstaken die passend zijn bij de leeftijd en de kinderen hoeven zich geen zorgen te maken over de spanningen en conflicten tussen ouders;
- De opvoedingsomgeving bij beide ouders (gezamenlijk of apart) is in fysiek en emotioneel opzicht veilig; ouders hebben hierbij oog voor hun eigen problemen en hebben hier passende hulpverlening voor ingezet;
- Er moet helderheid komen over de relatie tussen ouders of deze voortgezet gaat worden of niet. Al gelang de situatie maken ouders afspraken over de communicatie met elkaar en hoe ze dit gaan vormgeven in het belang van de kinderen. De kinderen worden niet belast met volwassen zaken;
- Ouders hebben een duidelijk werkende structuur voor de dagelijkse routine van de kinderen, waarbij de kinderen verzorgd en op tijd naar school gaan;
- Er is zicht op de opvoedsituatie bij (beide) ouders;
- Er komt zicht op het persoonlijk functioneren van beide ouders;
- Ouders stellen zich begeleidbaar op en komen hulpverleningsafspraken na;
- De kinderen hebben met allebei de ouders veilig en onbelast contact, vader krijgt de ruimte en de mogelijkheid om contact met de kinderen aan te gaan en te onderhouden. Moeder praat niet negatief over vader in het bijzijn van de kinderen.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.