ECLI:NL:RBZWB:2026:2050

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
11737070 \ CV EXPL 25-1960 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Kool
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling vordering na online bestelling ondanks ontbreken ontvangstbewijs

Billink Finance B.V. vordert betaling van €123,73 van gedaagde, voortvloeiend uit een online bestelling via Inktweb.nl waarbij achteraf betalen via Billink is gekozen. De vordering omvat de hoofdsom, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten.

Gedaagde voert verweer dat hij geen ontvangstbewijs heeft ontvangen en daardoor niet kan bevestigen dat het product is geleverd. De kantonrechter oordeelt dat het ontbreken van een ontvangstbewijs niet leidt tot afwijzing van de vordering, zeker omdat gedaagde niet betwist het product te hebben ontvangen. Factuur en betalingsherinnering zijn aan gedaagde verzonden en niet betwist.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom, rente en incassokosten, en draagt hem tevens de proceskosten op. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door mr. Kool op 11 maart 2026.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten ondanks ontbreken van ontvangstbewijs.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11737070 \ CV EXPL 25-1960
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
BILLINK FINANCE B.V. H.O.D.N. BILLINK,
te Gouda ,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink ,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek met producties
- de conclusie van dupliek met productie
- de akte uitlating.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Billink vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 123,73, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
Billink legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft via de website van Inktweb.nl een bestelling verricht voor een bedrag van € 30,45. [gedaagde] heeft daarbij gekozen om achteraf te betalen via Billink . De vordering op [gedaagde] is daardoor direct overgedragen aan Billink middels cessie. Ondanks aanmaningen heeft [gedaagde] de vordering niet betaald. Billink maakt om die reden ook aanspraak op betaling van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 3,47 aan wettelijke handelsrente tot 8 mei 2025.
2.3.
[gedaagde] voert als verweer aan dat hij ondanks verzoek daartoe geen bewijs van ontvangst heeft gekregen van Billink . Bij [gedaagde] is geen ontvangst geregistreerd en een ontvangstbewijs heeft [gedaagde] nodig. Doordat [gedaagde] niet de verzochte informatie heeft gekregen om te bezien of een minnelijke oplossing mogelijk was, heeft Billink [gedaagde] lichtvaardig in deze procedure betrokken.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter begrijpt uit het verweer van [gedaagde] dat niet wordt betwist dat hij via de website van Inktweb.nl een bestelling heeft verricht. [gedaagde] stelt dat hij ondanks verzoek daartoe geen (getekend) ontvangstbewijs heeft ontvangen. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet dat slechts het niet overleggen van een ontvangstbewijs door Billink er toe moet leiden dat de vordering afgewezen dient te worden. Na ontvangst van het product dient de koper in beginsel te betalen. Het overleggen van een ontvangstbewijs is geen vereiste. Uit het verweer van [gedaagde] kan niet worden opgemaakt dat [gedaagde] betwist het bestelde product te hebben ontvangen. [gedaagde] stelt namelijk slechts dat hij geen (getekend) ontvangstbewijs heeft ontvangen. Aan [gedaagde] is echter op 18 april 2024 de factuur en vervolgens op 6 mei 2024 een betalingsherinnering verzonden. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij deze factuur en herinnering heeft ontvangen en ook heeft [gedaagde] hierop niet gereageerd. Indien [gedaagde] het product niet heeft ontvangen, had het op zijn weg gelegen om Inktweb.nl daarvan op de hoogte te brengen. De kantonrechter gaat er om die reden vanuit dat [gedaagde] het product heeft ontvangen. [gedaagde] zal dan ook worden veroordeeld om de hoofdsom van € 30,45 en de wettelijke handelsrente tot 8 mei 2025 van € 3,47 te betalen, te vermeerderen met wettelijke handelsrente.
3.2.
Billink vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Billink heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Billink heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.
3.3.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Billink worden tot vandaag vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
123,73
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
86,00
(2 punten × € 43,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
366,23

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen een bedrag van € 33,92, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 30,45, met ingang van 8 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Billink tot vandaag vastgestelde op € 366,23, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.