ECLI:NL:RBZWB:2026:2044

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
02-341531-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m SrArt. 38n SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor diefstal koptelefoon met oplegging ISD-maatregel van 2 jaar

Op 17 maart 2026 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant verdachte veroordeeld voor diefstal van een koptelefoon van een winkel Action te Tilburg op 15 december 2025. De rechtbank achtte de diefstal wettig en overtuigend bewezen op basis van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.

De rechtbank stelde vast dat verdachte strafbaar is en dat er geen omstandigheden zijn die strafuitsluiting rechtvaardigen. De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel van 2 jaar zonder aftrek van voorarrest, hetgeen ook door de verdediging werd ondersteund, zij het met een verzoek tot aftrek van voorarrest en tussentijdse toetsing.

De rechtbank oordeelde dat verdachte voldoet aan de harde criteria voor de ISD-maatregel en dat uit het reclasseringsrapport blijkt dat eerdere hulpverlening onvoldoende effect had. Verdachte kampt met meerdere problematieken waaronder een antisociale persoonlijkheidsstoornis en middelengebruik. De rechtbank achtte de ISD-maatregel passend en geboden en wees het verzoek tot aftrek van voorarrest en tussentijdse toetsing af.

De rechtbank legde de ISD-maatregel van 2 jaar op en sprak verdachte vrij van wat meer of anders ten laste was gelegd. Verdachte heeft 14 dagen om in hoger beroep te gaan.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor diefstal en krijgt een ISD-maatregel van 2 jaar opgelegd zonder aftrek van voorarrest.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-341531-25
vonnis van de meervoudige kamer van 17 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] (Zaïre)
thans gedetineerd te [verblijfplaats]
raadsvrouw mr. C.D.W. Herrings, advocaat te Rijen

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. H.E. de Haze, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een koptelefoon heeft gestolen van Action.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal heeft gepleegd.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, gelet op de bekennende verklaring van verdachte.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank acht de diefstal van de koptelefoon wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte ter zitting.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 15 december 2025 te Tilburg, een koptelefoon die aan Action gevestigd aan [adres] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van 2 jaren, zonder aftrek van het voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren op te leggen, maar met aftrek van de tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast verzoekt zij te bepalen dat de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel na 6 maanden door de rechtbank tussentijds wordt getoetst.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte wordt veroordeeld voor een winkeldiefstal. Dit is een vervelend feit, dat veel overlast oplevert voor de winkelmedewerkers die tijd kwijt zijn aan het doen van de aangifte. Daarnaast was er ook schade, doordat de koptelefoon onverkoopbaar was geworden, omdat hij uit de verpakking was gehaald. Hoewel verdachte heeft verklaard een koptelefoon te hebben gestolen omdat hij anderen niet tot last wilde zijn in de trein met zijn telefoon, was hij juist door het plegen van de diefstal anderen tot last. Met zijn handelen heeft verdachte blijk gegeven van weinig respect voor de eigendommen van anderen.
Is voldaan aan de criteria voor ISD?
Harde criteria
De rechtbank dient te beoordelen of aan de verdachte een ISD-maatregel kan en moet worden opgelegd. De rechtbank stelt, met de officier van justitie en verdediging, vast dat uit het strafblad van verdachte blijkt dat inmiddels voldaan wordt aan de eisen die de wet aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt, de zogenaamde harde criteria.
Zachte criteria
Uit het reclasseringsrapport van 12 maart 2026 blijkt dat verdachte veelvuldig met politie en justitie in aanraking komt en dat eerdere hulpverlening onvoldoende is gebleken om gedragsverandering te bereiken en recidive te voorkomen. Verdachte kampt met de nodige problematiek - lichtverstandelijk beperkt en een antisociale persoonlijkheidsstoornis, daarnaast middelengebruik, geen zinvolle daginvulling of inkomsten en geen vaste woon- of verblijfplaats - waarvoor thans geen adequaat hulpkader beschikbaar is. De rechtbank begrijpt van de deskundige dat alle andere mogelijkheden om verdachte te begeleiden zijn geprobeerd en niet hebben gewerkt. De reclassering schat het recidiverisico en onttrekking aan voorwaarden als hoog in en ziet een onvoorwaardelijke ISD-maatregel als enige haalbare optie om een gedragsverandering te bewerkstelligen. Verdachte wil hier bovendien aan meewerken. Hij ziet de maatregel als een kans om hulp te krijgen en zijn leven te veranderen.
Conclusie
Alles afwegende, acht de rechtbank de oplegging van de ISD-maatregel voor 2 jaren passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, af te trekken van de duur van de ISD-maatregel. Uit het rapport van de reclassering blijkt dat er binnen de ISD-maatregel nog behoorlijk wat moet gebeuren. De rechtbank acht het daarom niet wenselijk om de duur al voor de start van de maatregel te beperken. Om diezelfde reden zal zij ook niet op dit moment al een tussentijdse toets van de ISD-maatregel bevelen. Als daartoe reden bestaat, dan kan de raadsvrouw van verdachte later alsnog een tussentijdse toets verzoeken.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n, 310 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
diefstal;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- gelast de
plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor 2 jaren.
De voorzitter deelt verdachte en zijn raadsman mee dat verdachte 14 dagen de tijd heeft om in hoger beroep te gaan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.R.R. Loeve, voorzitter, mr. V.M. Schotanus en
mr. E.G.F. Vliegenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 maart 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

9.Bijlage I

De tenlastelegging
hij op of omstreeks 15 december 2025 te Tilburg,
een koptelefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
Action (gevestigd aan [adres] ), in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht )