De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg legde op 7 augustus 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. Belanghebbende maakte op 16 september en 16 oktober 2025 bezwaar tegen deze aanslag. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar op 30 december 2025 ongegrond en handhaafde de aanslag.
Belanghebbende stelde dat er twee uitspraken op bezwaar hadden moeten worden gedaan, omdat er twee naheffingsaanslagen zouden zijn opgelegd. De rechtbank oordeelde dat het tweede bezwaar als aanvulling op het eerste moest worden gezien en dat er slechts één naheffingsaanslag was, de andere brief was een aanmaning. Daarom was het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond.
Verder stelde belanghebbende dat het dwangbevel van 6 januari 2026 onterecht was opgelegd. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd hierover te oordelen en verwees het bezwaar door naar de invorderingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.