Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
.Dit licht de rechtbank hierna toe.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker heeft samen met haar ex-partner in 2018 een hypothecaire geldlening afgesloten bij Rabobank. Vanaf oktober 2023 ontstond een betalingsachterstand, waarop Rabobank in januari 2024 een A-codering registreerde bij het BKR. Verzoeker betaalde in december 2024 een groot deel van de achterstand, maar er bleef volgens Rabobank een restschuld bestaan.
Verzoeker verzocht in oktober 2025 om verwijdering van de BKR-registratie, maar Rabobank wees dit af omdat de achterstand nog bestond. Na verkoop van de woning in februari 2026 werd de lening volledig afgelost en de einddatum van de codering aangepast. Verzoeker stelde dat de registratie onterecht was en dat haar financiële situatie inmiddels stabiel is, maar zij had nog geen concrete hypotheekaanvraag gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de registratie aanvankelijk correct was en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de achterstand volledig was ingelopen in december 2024. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de belangen van verzoeker niet zwaar genoeg wegen om de registratie nu te verwijderen. De rechtbank wijst het verzoek af en veroordeelt verzoeker in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot verwijdering van de BKR-registratie wordt afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende belangen.