ECLI:NL:RBZWB:2026:202

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/5237
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 4:17 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6:22 AwbArt. 7:10 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij omgevingsvergunning

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van haar aanvraag om een omgevingsvergunning voor twee bedrijfsverzamelgebouwen. Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. Eiseres stelde het college op 14 juli 2025 in gebreke, maar deze ingebrekestelling was prematuur omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.

De rechtbank oordeelt dat de ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift op 10 maart 2025 weliswaar een ondertekeningsgebrek bevatte, maar dat dit formele gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kan worden gepasseerd. De beslistermijn eindigde derhalve op 24 juli 2025. Omdat de ingebrekestelling van 14 juli 2025 te vroeg was, is het beroep niet-ontvankelijk.

Eiseres voerde nog aan dat e-mails van september 2025 als ingebrekestelling konden gelden, maar de rechtbank stelt vast dat deze e-mails slechts informeren naar de status van de beslissing en niet aandringen op een beslissing. Daarom kan het beroep niet inhoudelijk worden beoordeeld en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5237

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats 1] , eiseres,

(gemachtigde: mr. W.H. Lindhout),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal .

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het college volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 28 februari 2025 tegen de weigering van haar aanvraag om een omgevingsvergunning voor het realiseren van twee bedrijfsverzamelgebouwen op de locatie [straat] naast [huisnummer] , [plaats 2] van 6 februari 2025.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
2.1.
De rechtbank heeft het college op 20 oktober 2025 en 17 november 2025 verzocht om de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift in te dienen. Tot op heden heeft het college hieraan geen gehoor gegeven. Dit betekent dat de rechtbank op basis van de bij haar bekende stukken, ingediend door eiseres, uitspraak zal doen.
Is het beroep ontvankelijk?
3. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Eiseres heeft het bezwaarschrift ingediend op 28 februari 2025. Het college moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is. Omdat er een adviescommissie is, geldt in dit geval een termijn van twaalf weken. [2] Het college heeft de beslistermijn verlengd met zes weken. [3] De rechtbank is het met eiseres eens dat de ontvangstbevestiging (van het bezwaarschrift) van 10 maart 2025 waarin de beslistermijn wordt verlengd, niet op de juiste manier ondertekend is. [4] De rechtbank stelt echter ook vast dat uit de mandatenlijst, die bij het Algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit 2022 is gevoegd, blijkt dat de bevoegdheid om te beslissen tot verdaging van de termijn tot beslissing op het bezwaarschrift doorgemandateerd kan worden aan de medewerker bezwaar en beroep, die in dit geval de ontvangstbevestiging van 10 maart 2025 heeft ondertekend. [5] Er is dus geen sprake van een bevoegdheidsgebrek, maar van een ondertekeningsgebrek. Dit ondertekeningsgebrek is een formeel gebrek waardoor geen belangen van derden zijn geschaad. Eiseres had namelijk alsnog een geldige ingebrekestelling in kunnen dienen. Dit gebrek kan daarom met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb worden gepasseerd. In dit geval eindigde de beslistermijn dan ook op 24 juli 2025. Eiseres heeft het college op 14 juli 2025 in gebreke gesteld en het college heeft de ingebrekestelling op 17 juli 2025. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
3.1.
Eiseres stelt dat, voor zover de ingebrekestelling van 14 juli 2025 te vroeg zou zijn, de e-mailberichten van 4 september 2025 om 15.50 uur en 11 september 2025 om 17.04 uur (de rechtbank leest in plaats hiervan: de e-mail van 8 september 2025 om 10.41 uur aangezien de e-mail van 11 september 2025 om 17.04 afkomstig is van het college) hebben te gelden als rechtsgeldige ingebrekestellingen. De rechtbank overweegt hierbij het volgende. Uit de Awb en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling, de hoger beroepsinstantie in geschillen als het onderhavige) volgt dat van een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, van de Awb sprake is als duidelijk is dat de belanghebbende het bestuursorgaan maant om alsnog een bepaald besluit te nemen. Daarvan is sprake indien voldoende duidelijk is op welke aanvraag het geschrift betrekking heeft, dat belanghebbende zich op het standpunt stelt dat het bestuursorgaan niet op tijd op de aanvraag heeft beslist en dat de belanghebbende erop aandringt dat een zodanige beslissing alsnog wordt genomen. [6] In haar e-mail van 4 september 2025 om 15.50 uur geeft eiseres aan dat zij graag verneemt wanneer binnenkort de beslissing op bezwaar wordt genomen. Hieruit blijkt naar oordeel van de rechtbank niet dat zij erop aandringt dat de beslissing alsnog wordt genomen. Zij vraagt in deze e-mail slechts wanneer het besluit wordt genomen. Ditzelfde geldt voor de e-mail van 8 september 2025 om 10.41. Hierin vraagt eiseres wederom wanneer het besluit wordt genomen. Uit de verdere mededeling dat eiseres zich anders genoodzaakt ziet een beroep tegen het niet op tijd beslissen door het college in te stellen, blijkt ook niet eiseres erop aandringt dat alsnog een besluit wordt genomen.
3.2.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet op tijd beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 22 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Dit staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb.
3.Zoals beschreven in artikel 7:10, derde lid, van de Awb.
4.Zoals beschreven in artikel 10:11 van Pro de Awb en artikel 5, eerste lid, van het Algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit 2022 van de gemeente Roosendaal .
5.Te vinden onder 11a Groep JZ & I.
6.Zie onder andere de uitspraken van de Afdeling van 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4682 en 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:291).