ECLI:NL:RBZWB:2026:2016

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445022 / FA RK 26-782
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens dreigend ernstig nadeel bij Alzheimerpatiënt

Betrokkene, geboren in 1948, verblijft sinds 12 februari 2026 in een accommodatie na een inbewaringstelling door de burgemeester van Tilburg. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzoekt om voortzetting van deze inbewaringstelling voor zes weken.

De specialist ouderengeneeskunde en verpleegkundige geven aan dat betrokkene lijdt aan Alzheimer dementie en psychiatrische problematiek, met zorgmijdend gedrag, zelfverwaarlozing en valgevaar. Betrokkene heeft recent een gecompliceerde enkelbreuk opgelopen die rust vereist om ernstige complicaties te voorkomen. Betrokkene zelf wil in de accommodatie blijven en geen verhuizing ondergaan.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing. De psychogeriatrische aandoening vormt de grondslag voor toepassing van de Wet zorg en dwang (Wzd). Gezien de ernst van de situatie en de onbetrouwbaarheid van betrokkene's verklaringen, is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en proportioneel. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De machtiging wordt verleend tot en met 31 maart 2026. De beschikking is mondeling gegeven op 17 februari 2026 en schriftelijk vastgelegd op 3 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens dreigend ernstig lichamelijk letsel en verwaarlozing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445022 / FA RK 26-782
Datum uitspraak: 17 februari 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] in [plaats 3], [locatie] ,
advocaat: mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg,
De rechtbank merkt in deze zaak als belanghebbende aan:
[de mentor], kantoorhoudende te [plaats 2], als mentor over betrokkene,
hierna te noemen: de mentor.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
In het procesdossier zit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026 in de accommodatie op de afdeling waar betrokkene momenteel verblijft. Bij die zitting zijn verschenen en gehoord:
  • mr. Hollants;
  • mevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige;
  • mevrouw [persoon 3] , namens de mentor.
1.3.
Voorafgaand aan de zitting is betrokkene gehoord terwijl zij in haar kamer op bed lag. De advocaat was hierbij aanwezig.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie] , [locatie] in [plaats 3] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de inbewaringstelling op 12 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank om voor betrokkene een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De standpunten

4.1.
De specialist ouderengeneeskunde heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. In 2023 is betrokkene beoordeeld door een geriater en gediagnostiseerd met Alzheimer dementie. Betrokkene kampt ook al langere tijd met psychiatrische problematiek. Onder invloed van (de combinatie van) voormelde stoornissen is zij zorgmijdend, is er sprake van (dreigende) zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Zij heeft hulp nodig gehad bij het eten en drinken en zij is al meermaals gevallen. Momenteel heeft zij als gevolg van een val een gecompliceerde enkelbreuk, waarbij het van groot belang is dat zij rust houdt en dat zij haar enkel niet belast. De specialist ouderengeneeskunde vindt het noodzakelijk dat betrokkene in de accommodatie verder tot rust zal komen en zij zal herstellen van de pijn die zij ervaart. Daarnaast is er meer tijd nodig voor goede observatie en diagnostiek bij betrokkene.
4.2.
De verpleegkundige heeft ter aanvulling daarop, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De verpleegkundige is van mening dat de psychiatrische problematiek van betrokkene momenteel meer op de voorgrond lijkt te liggen. Gezien wordt dat betrokkene controle wil houden over allerlei zaken, zoals haar medicatie. Er is meer tijd nodig om een passende vervolgplek voor betrokkene te vinden en haar vervolgens over te plaatsen.
4.3.
Betrokkene heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Betrokkene wil in de accommodatie blijven. Zij heeft geen andere keus. Zij vindt namelijk dat zij hulp nodig heeft. In de accommodatie wordt er goed voor haar gezorgd. Betrokkene wil niet steeds verhuizen. Zij wil dan ook niet naar een andere accommodatie worden overgeplaatst, ook al verblijft zij momenteel op een crisisplek.
4.4.
De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. Nu betrokkene aangeeft dat zij bereid is om haar verblijf in de accommodatie op vrijwillige basis voort te zetten, zijn daartoe wellicht mogelijkheden. Van belang is wel dat betrokkene veilig blijft. De advocaat refereert zich daarom aan het oordeel van de rechter met betrekking tot de beslissing op het verzoek.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, blijkt dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing.
5.3.
De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. Betrokkene is valgevaarlijk. In de afgelopen periode hebben er meerdere valincidenten per week plaatsgevonden. Op 12 februari 2026 is betrokkene opgenomen in het ziekenhuis nadat zij door een val een gecompliceerde enkelbreuk heeft opgelopen. Naar verwachting zal zij over een week geopereerd moeten worden. Tot die tijd mag het enkelgewricht absoluut niet belast worden. Als dit toch gebeurt, dan kan er een dislocatie optreden met als mogelijk gevolg dat een amputatie noodzakelijk zal zijn. Betrokkene toont echter geen enkel inzicht in voormeld gevaar en in welke zorg zij nodig heeft. In het ziekenhuis heeft zij gezegd dat zij hoe dan ook zal terugkeren naar huis. Als betrokkene nu naar huis gaat, dan bestaat echter de verwachting, zo blijkt uit de overgelegde medische verklaring, dat zij vrijwel zeker haar gewricht zal belasten en dat zij acuut zal verwaarlozen.
5.4.
Thans wordt vermoed dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening in de vorm van Alzheimer dementie. Hoewel betrokkene eveneens bekend is met psychiatrische problematiek voortkomend uit een borderline stemmingsstoornis en betrokkene (ook) gedrag vertoont dat vermoedelijk daaruit voortvloeit dan wel daarmee samenhangt, stelt de rechtbank vast dat de huidige werkdiagnose op basis waarvan betrokkene in de accommodatie verblijft en zij zorg krijgt is gebaseerd op de Alzheimer dementie. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat betrokkene (vermoedelijk) lijdt aan een psychogeriatrische stoornis die de mogelijkheid biedt voor de toepassing van de Wzd en dat deze stoornis vooralsnog voorliggend is, ook al zijn er ook aanwijzingen dat de psychiatrische problematiek op de voorgrond ligt, zoals de verpleegkundige heeft aangegeven. Nadere diagnostiek zal de komende tijd uitsluitsel over dienen te geven over de vraag van welke problematiek (psychogeriatrische en/of psychiatrische problematiek) er bij betrokkene precies sprake is en welke problematiek voorliggend is.
5.5.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Hoewel betrokkene nu aangeeft dat zij bereid is om op vrijwillige basis in de accommodatie te blijven, heeft de rechtbank, met het oog op haar toestandsbeeld en de getoonde ambivalentie met betrekking tot het accepteren van de noodzakelijk geachte hulp, van oordeel dat de verklaringen van betrokkene op dit moment onvoldoende betrouwbaar zijn. Dit afgezet tegen de ernst van het acute ernstige nadeel dat kan ontstaan, namelijk een dislocatie van het enkelgewricht met als mogelijk gevolg een amputatie, is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg nu nog noodzakelijk is.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 31 maart 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier en op schrift gesteld op 3 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.