ECLI:NL:RBZWB:2026:2012
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Toekoen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling minderjarigen ondanks afwijzing machtiging uithuisplaatsing
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen vanwege ernstige zorgen over hun opvoeding, huiselijk geweld en alcoholproblematiek bij de ouders. De minderjarigen hebben ontwikkelingsachterstanden en specifieke medische zorgbehoeften. De ouders erkenden de problemen en stemden aanvankelijk in met uithuisplaatsing, maar keerden later terug vanwege de afstand van het beschikbare gezinshuis.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat de vader sinds december 2025 elders verblijft en zijn alcoholgebruik verminderd heeft, terwijl de moeder positieve stappen heeft gezet in de zorg voor de kinderen. Hulpverleners signaleren een verbetering en adviseren de huidige situatie voort te zetten met intensieve ondersteuning. De kinderrechter concludeert dat aan de wettelijke voorwaarden voor voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan en wijst dit verzoek toe.
Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen, ondanks dat aan de formele voorwaarden is voldaan, omdat de uithuisplaatsing als ultimum remedium moet dienen en de nieuwe situatie nader onderzocht moet worden. De kinderrechter geeft de ouders een kans om te laten zien dat zij de kinderen thuis kunnen verzorgen met hulpverlening. De Raad wordt opgedragen dit te monitoren en bij een eventueel nieuw verzoek de inspanningen en ontwikkelingen inzichtelijk te maken.
Uitkomst: Voorlopige ondertoezichtstelling wordt toegewezen, machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen vanwege positieve ontwikkelingen en belang van verblijf in eigen regio.