Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door mr. Van de Wouw;
- mevrouw [naam 1] , dochter;
- mevrouw [naam 2] , dochter;
- mevrouw [naam 3] , dochter;
- mevrouw [casemanager] , casemanager dementie vanuit [thuiszorg].
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1930, wegens dementie en verwaarlozing. De zitting vond plaats in de woning van betrokkene, waarbij betrokkene, zijn dochters en een casemanager dementie werden gehoord.
De casemanager gaf aan dat betrokkene niet meer zelfstandig kan functioneren in de thuissituatie en geen zorg en begeleiding toelaat, ondanks inzet van thuiszorg en wondverpleging. De dochters bevestigden de diagnose dementie en de noodzaak van hulp bij dagelijkse verzorging. Betrokkene erkende beperkingen maar betwistte verwardheid en wilde geen onbekenden spreken.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening met ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en verwaarlozing. Omdat ambulante hulpverlening is uitgeput en betrokkene verzet toont tegen zorg, is opname in een accommodatie noodzakelijk en geschikt. De machtiging tot opname en verblijf werd voor zes maanden verleend, met het oog op het voorkomen van ernstig nadeel en het waarborgen van verplichte zorg indien nodig.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene wegens dementie en verwaarlozing voor zes maanden.