Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
- De moeder zal totdat er in de bodemprocedure een beslissing is genomen met de beide kinderen bij oma moederszijde verblijven;
- De moeder zal tot die tijd geen activiteiten ondernemen die erop gericht zullen zijn om met de kinderen te verhuizen naar [woonplaats 1] ;
- De beide kinderen zullen worden ingeschreven op het adres van hun vader; dus [minderjarige 2] bij de heer [de vader van minderjarige 2] en [minderjarige 1] bij de heer [de vader van minderjarige 1] ;
- De heer [de vader van minderjarige 1] geeft toestemming voor uitschrijving van [minderjarige 1] op de kinderopvang in [plaats 1] ;
- [minderjarige 2] verblijft nu om het weekend bij zijn vader van vrijdagavond tot en met zondagavond. Die zorgregeling blijft zoals die is;
- [minderjarige 1] verblijft in de even weken van donderdag tot zaterdagochtend en in de oneven weken vanaf donderdag tot zondagmiddag bij haar vader. De moeder en de heer [de vader van minderjarige 1] zullen in overleg treden zodat de moeder de ruimte krijgt om samen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar [woonplaats 1] te gaan;
- [minderjarige 2] verblijft bij zijn vader gedurende de eerste drie weken van de kindervakantie regio Zuid.
3.De verzoeken
- haar toestemming te geven om met [minderjarige 1] naar [woonplaats 1] te verhuizen;
- haar toestemming te verlenen om [minderjarige 1] uit te schrijven in [plaats 1] en in te schrijven op het kinderopvang/dagverblijf [dagverblijf] in [woonplaats 1] en [minderjarige 1] uit te schrijven bij de huidige kinderopvang in [plaats 1] ;
primair: te bepalen dat [minderjarige 1] voortaan het hoofdverblijf bij de man zal hebben;
- haar toestemming te geven om met [minderjarige 2] naar [woonplaats 1] te verhuizen;
- haar toestemming te verlenen om [minderjarige 2] in te schrijven op de [basisschool] in [woonplaats 1] .
primair: te bepalen dat [minderjarige 2] voortaan het hoofdverblijf bij de man zal hebben;
4.De beoordeling
In dit kader wil de rechtbank er nog op wijzen dat zij zich verbaast en ook zorgen maakt over de enorme frequentie van de onderlinge appcontacten tussen ouders, zeker tussen de moeder en de vader van [minderjarige 1] . Uit de overlegde whatsappberichten volgt een zeer controlerende en dwingende communicatie vanuit beide vaders, hetgeen de verhouding tussen partijen niet ten goede komt en mogelijk ook belastend is voor de kinderen. De rechtbank verwacht van partijen dat zij hun verantwoordelijkheid hiervoor nemen en zich ervoor zullen inspannen om op constructieve wijze met elkaar te communiceren. De rechtbank deelt de visie van de Raad, in die zin dat partijen hier professionele hulpverlening bij nodig hebben en vraagt van de Raad ook dit mee te nemen in het onderzoek. Zoals voornoemd dienen partijen gedurende het raadsonderzoek de vaststellingsoverkomst na te komen. Er gelden strikte afspraken. De rechtbank dringt bij partijen erop aan om het dagelijkse appverkeer te stoppen en buitenom de afspraken tussentijds enkel met elkaar te communiceren indien er sprake is van een noodgeval.
5.De beslissing
voorlopiggerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar om het weekend van vrijdagavond tot zondagavond en gedurende de eerste drie weken van de kindervakantie regio Zuid;
voorlopiggerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar in de even weken van donderdag tot zaterdagochtend en in de oneven weken vanaf donderdag tot zondagmiddag; daarbij zullen de moeder en [de vader van minderjarige 2] in overleg treden zodat de moeder de ruimte krijgt om samen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar [woonplaats 1] te gaan;
tot 18 augustus 2026 PRO FORMA, in afwachting van de bevindingen en het advies van de Raad;
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.