Uitspraak
[minderjarige], geboren te [plaats 1] op [datum] 2021, hierna: [minderjarige] .
1.Het verdere procesverloop
2.De nadere beoordeling
- hoe dient de regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?
- zijn er contra-indicaties voor omgang en zo ja, welke?
- in hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen; hoe, onder welke voorwaarden en op
welke termijn?
(de rechtbank begrijpt: op zaterdag)om 11:00 uur en de man [minderjarige]
(de rechtbank begrijpt: op zondag)om 18:00 uur bij de vrouw terugbrengt. Eventueel kunnen de tijden dat [minderjarige] terug moet zijn bij de vrouw met het ouder worden van [minderjarige] in onderling overleg worden aangepast. Daarnaast adviseert de Raad om te bepalen dat de man naar [minderjarige] belt in het weekend dat hij bij de vrouw verblijft en dat de vrouw naar [minderjarige] belt in het weekend dat hij bij de man verblijft. Verder adviseert de Raad om de zomervakantie en de meivakantie bij helfte tussen partijen te verdelen, waarbij [minderjarige] de eerste drie weken van de zomervakantie en de eerste week van de meivakantie bij de man verblijft. Ten aanzien van de kerstvakantie adviseert de Raad om te bepalen dat [minderjarige] in de week na kerst bij de man verblijft vanwege de drukte bij zijn werk voorafgaand aan de kerstdagen. De Raad adviseert voorts om in de herfstvakantie en de carnavalsvakantie het weekend dat [minderjarige] bij de man doorbrengt te verlengen met de vrijdag ervoor of de maandag erna. De Raad is niet gebleken van problemen op het gebied van het gezamenlijk uitoefenen van het gezag. De Raad is zelfs van mening dat partijen dit al behoorlijk doen. Daarbij ziet de Raad alleen maar risico’s voor [minderjarige] als de man geen gezag meer over hem zou hebben. Hij zou dan minder betrokken worden door de hulpverlening terwijl uit het onderzoek duidelijk is geworden dat dit heel belangrijk is. Zo blijft de man op de hoogte en kan hij beter aansluiten bij de ontwikkeling van [minderjarige] . Daarbij zijn er uit het onderzoek geen juridische argumenten naar voren gekomen die de wens van de vrouw om met het eenhoofdig gezag te worden belast kunnen onderbouwen, zoals bijvoorbeeld het klemcriterium. De Raad adviseert dan ook om niet over te gaan tot een wijziging van het gezag.
3.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.