Uitspraak
verwerende partij in reconventie,
eisende partij in reconventie,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte van de curator
- de akte van Umbra Zorg B.V.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
“Komt een der partijen haar verbintenis niet na, dan is de wederpartij bevoegd de nakoming van haar daartegenover staande verplichtingen op te schorten.”Daarbij moet sprake zijn van opeisbare verplichtingen (vorderingen). Umbra Zorg B.V. heeft niet gesteld waaruit blijkt dat de verplichting van De Zorgboom B.V. tot het verstrekken van de gegevens zoals aangegeven in artikel 2 van Pro de raamovereenkomst staat tegenover de verplichting van Umbra Zorg B.V. om de factuur te betalen en dat dit een voorwaarde was om te mogen factureren. De hoofdverplichting van De Zorgboom B.V. was immers het verlenen van thuiszorg. Niet is gesteld dat De Zorgboom B.V. daarin tekort is geschoten. Vanwege de betwisting door de curator had Umbra Zorg B.V. daarom meer moeten stellen op dit punt, te meer, omdat vast staat dat deze gegevens op grond van artikel 5 van Pro de raamovereenkomst niet bij de factuur aangeleverd hoefden te worden.
“Wij verzoeken [naam] ervoor te zorgen dat haar uren en verantwoordelijkheden uiterlijk op 31 december volledig zijn afgerond, zodat wij een eindafrekening kunnen opmaken.”Hieruit blijkt naar het oordeel van de kantonrechter echter niet, althans onvoldoende dat Umbra Zorg B.V. daarmee doelde op deze informatie. Door De Zorgboom B.V. niet eerder om deze informatie te vragen en haar niet op de hoogte te stellen dat dit (ook) een reden was om de factuur niet te betalen, was De Zorgboom B.V. ook niet eerder dan in deze procedure in de gelegenheid om dit verweer te beoordelen en eventuele acties te ondernemen.
“Zorgboom B.V verschaft Umbra Zorg BV op het eerste verzoek alle benodigde ondersteunende informatie en meldt feiten met betrekking tot cliënten die relevant zijn voor de zorg aan deze cliënten en/ of het zorgplan van deze cliënten.”Los van de vraag of hiermee de auditlogs en rapportages uit het Nedap/ONS zijn bedoeld, heeft Umbra Zorg B.V. niet voorafgaand of ten tijde van de factuur van december 2024 aan De Zorgboom B.V. verzocht om deze ondersteunende informatie te geven. Umbra Zorg B.V. heeft immers pas in haar e-mailbericht van 23 januari 2026 voor het eerst om deze informatie gevraagd. Daaruit volgt dat De Zorgboom B.V. vóór 23 januari 2026 niet verplicht was om deze informatie aan te leveren, zodat een eventuele vordering om deze informatie over te leggen niet opeisbaar was op het moment dat Umbra Zorg B.V. de factuur moest betalen.
“Rechtsvorderingen, die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, kunnen gedurende het faillissement ook tegen de gefailleerde op geen andere dan een in artikel 110 bepaalde Pro wijze worden ingesteld.”Dat betekent dat Umbra Zorg B.V. haar vordering ter verificatie moet indienen bij de curator. Dat heeft zij niet gedaan. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Umbra Zorg B.V. niet-ontvankelijk is haar vordering voor zover die ziet op schadevergoeding, gebaseerd op een tekortkoming van De Zorgboom B.V., die vóór de faillietverklaring is ontstaan.
“Wij zien toch af van de interesse. Excuus voor het ongemak.”De kantonrechter wijst deze vordering daarom af.
6.De beslissing
6.5. veroordeelt Umbra Zorg B.V. in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.7. veroordeelt Umbra Zorg B.V. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.8. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.