ECLI:NL:RBZWB:2026:2004

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
11758987 \ CV EXPL 25-2120 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Tilman-Knoester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:296 BWArt. 6:96 lid 2c BWArt. 6:119a lid 1 BWArt. 6:262 BWArt. 26 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering curator tegen Umbra Zorg B.V. wegens niet-betaalde factuur thuiszorg

De Zorgboom B.V. verrichtte thuiszorgwerkzaamheden voor cliënten van Umbra Zorg B.V. en factureerde hiervoor een bedrag van €11.688,60. Umbra Zorg B.V. schortte betaling op, stellende dat De Zorgboom B.V. niet aan haar rapportageverplichtingen had voldaan en dat een deel van de factuur gecrediteerd moest worden. De curator van De Zorgboom B.V. vorderde betaling van de factuur, vermeerderd met rente en incassokosten.

De rechtbank oordeelde dat Umbra Zorg B.V. onvoldoende had onderbouwd dat de gevraagde rapportages verplicht waren bij facturatie en dat zij de factuur onvoldoende gemotiveerd had betwist. Ook was het opschortingsrecht niet van toepassing omdat Umbra Zorg B.V. niet tijdig had kenbaar gemaakt waarom zij niet betaalde. De vordering van Umbra Zorg B.V. tot schadevergoeding wegens een afgebroken fusietraject werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en onvoldoende onderbouwing.

De rechtbank veroordeelde Umbra Zorg B.V. tot betaling van de factuur, wettelijke handelsrente vanaf 31 januari 2025, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De vorderingen van Umbra Zorg B.V. werden afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Umbra Zorg B.V. wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, rente, incassokosten en proceskosten; haar vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11758987 \ CV EXPL 25-2120
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
[de curator], IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN CURATOR IN HET FAILLISSEMENT VAN DE ZORGBOOM B.V.,
te [plaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: de curator,
gemachtigde: mr. D.E.M. Ghijsen,
tegen
UMBRA ZORG B.V.,
te Rijen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Umbra Zorg B.V.,
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

De Zorgboom B.V. heeft thuiszorgwerkzaamheden verricht voor cliënten van Umbra Zorg B.V. Die schort betaling van de laatste factuur op, omdat zij van mening is dat De Zorgboom B.V. eerst nog diverse stukken moet aanleveren om de factuur te onderbouwen en aan te tonen dat zij voldeed aan alle kwaliteitseisen. Bovendien vindt zij dat een bedrag gecrediteerd moet worden. De kantonrechter oordeelt dat Umbra Zorg B.V. de betaling niet mag opschorten, omdat Umbra Zorg B.V. De Zorgboom B.V. eerder had moeten informeren over de reden waarom zij niet betaalde. Voor zover. De kantonrechter legt dit oordeel hieronder uit.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de akte van de curator
- de akte van Umbra Zorg B.V.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
- Partijen hebben op 31 oktober 2024 een raamovereenkomst gesloten op basis waarvan De Zorgboom B.V. wijkverpleging zou leveren aan cliënten in de door Umbra Zorg B.V. aangegeven regio’s.
- Deze raamovereenkomst werd aangegaan voor een looptijd van 1 oktober 2024 tot en met 31 december 2024. In deze overeenkomst was onder andere opgenomen:
“[…]
2.6.
Zorgboom BV werkt binnen het elektronische cliëntendossier (ECD) van Umbra Zorg BV, genaamd ECARE. Zorgboom BV zorgt ervoor dat voor elk van haar cliënten een dossier wordt bijgehouden dat voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. De gegevens met betrekking tot de door Zorgboom BV geleverde zorg worden door Zorgboom BV bijgehouden in het ECD van Umbra Zorg BV. Zorgboom BV draagt zorg voor het bijwerken van dit dossier door middel van rapportages die zij via haar eigen cliëntendossier of handmatig opstelt. Deze rapportages worden uiterlijk de 20e van iedere maand met Umbra Zorg BV gedeeld.
[…]
3.1.
Zorgboom B.V garandeert dat de zorg die zij in opdracht van Umbra Zorg BV levert kwalitatief verantwoord is en op een rechtmatige en doelmatige wijze plaatsvindt.
[…]
3.5.
Zorgboom B.V verschaft Umbra Zorg BV op het eerste verzoek alle benodigde
ondersteunende informatie en meldt feiten met betrekking tot cliënten die relevant zijn
voor de zorg aan deze cliënten en/ of het zorgplan van deze cliënten.
[…]
5.1
Zorgboom BV factureert aan Umbra Zorg BV maximaal 2 keer per kalendermaand van de werkelijk geleverde zorg, met inachtneming van het tweede lid van dit artikel, en levert daarbij tevens alle gegevens aan die Umbra Zorg BV nodig heeft voor de verzorging van de declaratie van deze zorg.
5.2.
.2. De facturen die Zorgboom BV aan Umbra Zorg BV zal zenden bevatten in ieder geval ook de volgende gegevens:
a. Factuurnummer en dagtekening;
b. Naam en adres Umbra Zorg BV;
c. Naam en adres Zorgboom BV;
d. NAW Gegevens van de cliënt;
e. Het tijdvak of tijdvakken waarin de zorgdiensten zijn verleend;
f. Een duidelijke omschrijving van de betreffende zorgdiensten of te wel PV of VP
[…]”
- De Zorgboom B.V. heeft werkzaamheden uitgevoerd en gefactureerd aan Umbra Zorg B.V.
- Op 24 december 2024 heeft Umbra Zorg B.V. een e-mailbericht gestuurd aan De Zorgboom B.V. waarin zij onder ander heeft aangegeven:
“[…] Om deze redenen beëindigen wij de onderaanneming, zoals beschreven in de overeenkomst, per 31 december. […] Wij verzoeken [naam] ervoor te zorgen dat haar uren en verantwoordelijkheden uiterlijk op 31 december volledig zijn afgerond, zodat wij een eindafrekening kunnen opmaken en de samenwerking op een professionele manier kunnen afronden.
Wij waarderen de samenwerking tot nu toe en wensen jullie sterkte en succes met de verdere
voortzetting van Zorgboom.”
- De Zorgboom B.V. heeft vervolgens een factuur opgemaakt per 31 december 2024 voor de werkzaamheden van december 2024 voor een bedrag van € 11.688,60. Bij de factuur zat een specificatie waarin was opgenomen wie welke werkzaamheden had uitgevoerd en in welke tijd (aangegeven in minuten).
- Umbra Zorg B.V. heeft deze factuur ondanks aanmaning niet betaald.
- Op 21 januari 2025 is het faillissement van De Zorgboom B.V. uitgesproken.

4.Het geschil

in conventie
4.1.
De curator vordert - samengevat - betaling van een bedrag van € 11.688,60 te vermeerderen met rente en kosten.
4.2.
Daarbij voert zij het volgende aan. De Zorgboom B.V. heeft de overeengekomen wijkverpleging geleverd, zodat Umbra Zorg B.V. haar betalingsverplichting in verband daarmee moet nakomen. De curator vordert nakoming van deze verplichting op grond van artikel 3:296 BW Pro (Burgerlijk Wetboek). Voor de incassowerkzaamheden die de curator heeft verricht, moet Umbra Zorg B.V. de kosten voor een bedrag van € 891,89 betalen op grond van artikel 6:96 lid Pro 2c BW. De wettelijke handelsrente moet zij betalen op grond van artikel 6:119a lid 1 BW, vanaf 31 januari 2025
4.3.
Umbra Zorg B.V. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de curator.
4.4.
Daarbij voert zij aan dat De Zorgboom B.V. te kort is geschoten in de nakoming van haar verplichting uit de raamovereenkomst om ECD-rapportages en controleerbare declaraties over te leggen. Daarom mocht Umbra Zorg B.V. haar eigen verplichtingen opschorten en moeten diverse cliënt-specifieke posten gecrediteerd worden. Het tarief over alle declaraties moet volgens haar gecorrigeerd worden voor zover de som van de minuten niet correspondeert met het totaalbedrag van € 55,37 per uur dat daarbij hoort.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.6.
Umbra Zorg B.V. vordert - samengevat - een verklaring voor recht dat opschorting door Umbra Zorg B.V. gerechtvaardigd is. Daarnaast vordert zij veroordeling van de curator tot creditering van een bedrag van € 9.980,45 van de factuur van december 2024 en een factuur van 150 minuten x contractueel eenheidstarief per minuut, een algemene tariefcorrectie voor alle facturen van oktober tot en met december 2024 en tot betaling van een schadevergoeding van € 9.585,00 te vermeerderen met de wettelijke (handels-)rente en de proceskosten.
4.7.
Umbra Zorg B.V. voert daarbij aan dat zij betaling mag opschorten zolang De Zorgboom B.V., althans de curator, niet de contractueel vereiste onderbouwing per cliënt, zijnde ECD-rapportages, zorgplan, PV/VP-duiding, overlegt. Het bedrag van € 9.980,45 moet worden gecrediteerd, omdat daarvoor de voor verificatie vereiste rapportages en onderbouwde zorginzet ontbreken. De factuur van 150 minuten x het contractuele minuutstarief hoeft niet betaald te worden, omdat hiervoor geen zorg is verleend. Er is een algemene tariefcorrectie nodig voor alle facturen van oktober tot en met december 2024 voor zover de berekende totalen niet overeenstemmen met de afspraak minuten x € 55,37/uur. Tot slot is Umbra Zorg B.V. van mening dat zij schade heeft geleden, doordat een fusietraject als gevolg van het handelen van De Zorgboom B.V. niet door is gegaan. Daarom moet de curator deze schade vergoeden.
4.8.
De curator voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Umbra Zorg B.V., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Umbra Zorg B.V., met veroordeling van Umbra Zorg B.V. in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met wettelijke rente als niet tijdig wordt betaald.
4.9.
De curator voert allereerst aan dat Umbra Zorg B.V. bij haar conclusie veel producties heeft ingebracht, maar daar niet concreet naar verwijst. Daarom is het niet duidelijk welke stellingen Umbra Zorg B.V. met welke productie wil onderbouwen, zodat deze volgens hem buiten beschouwing moeten worden gelaten. Verder betwist de curator de vorderingen van Umbra Zorg B.V. Ten eerste was De Zorgboom B.V. niet verplicht om de documenten die Umbra Zorg B.V. noemt bij haar facturen mee te sturen. Daarbij verwijst de curator naar artikel 5 van Pro de raamovereenkomst. Ten tweede blijkt volgens de curator niet dat de bedragen op de facturen niet juist zijn en is er geen grond voor creditering. Umbra Zorg B.V. komt ook nu pas met haar verweer op dit punt, zodat zij haar rechten op dit punt heeft verwerkt. Tot slot betwist de curator dat Umbra Zorg B.V. schade heeft geleden in verband met een afgebroken overname dan wel fusie. Bovendien kan een dergelijke vordering niet worden toegewezen in deze procedure, omdat deze op grond van artikel 26 Fw Pro (Faillissementswet) ter verificatie moet worden ingediend. Daarmee is Umbra Zorg B.V. niet-ontvankelijk voor deze vordering.
4.10.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

in conventie en reconventie
5.1.
Umbra Zorg B.V. heeft bij haar conclusie van antwoord en eis in reconventie tal van bijlagen bijgevoegd. Zij heeft hiernaar echter niet verwezen, althans niet aangegeven welke stelling zij met welk stuk en welke passage wil onderbouwen, behalve voor zover het de raamovereenkomst tussen partijen betreft. Tijdens de mondelinge behandeling is dit besproken. Voor zover tijdens de mondelinge behandeling Umbra Zorg B.V. alsnog de benodigde duidelijkheid heeft gegeven, betrekt de kantonrechter dit in de beoordeling zoals hierna aangegeven. Voor zover Umbra Zorg B.V. dat niet heeft gedaan, laat de kantonrechter de bijlagen buiten beschouwing.
5.2.
De kantonrechter zal de vorderingen in conventie en reconventie vanwege hun nauwe samenhang gezamenlijk beoordelen. De vorderingen in reconventie van Umbra Zorg B.V. die zien op de schadevergoeding aan aanloopschade overname/fusie en wettelijke (handels-)rente worden apart beoordeeld.
5.3.
De curator vordert betaling van de factuur, omdat de op de meegezonden specificatie aangegeven werkzaamheden zijn uitgevoerd.
Umbra Zorg B.V. heeft niet betwist dat werkzaamheden zijn uitgevoerd. Wel is zij van mening dat De Zorgboom B.V. onvoldoende informatie bij de factuur heeft meegestuurd om deze te kunnen controleren. Daarnaast is zij van mening dat De Zorgboom B.V. nog veel meer rapportages en dossierstukken moest overleggen om te kunnen controleren of, in welke omvang en met welke deskundigheid zorg is geleverd. Doordat De Zorgboom B.V. deze stukken niet heeft overgelegd, heeft zij volgens Umbra Zorg B.V. gehandeld in strijd met artikel 2 van Pro de raamovereenkomst. Op grond daarvan mocht betaling worden opgeschort en moeten bedragen gecrediteerd worden, aldus Umbra Zorg B.V. Zij betwist een post waarbij 150 minuten aan zorg in rekening zijn gebracht, omdat bij de betreffende cliënt geen zorg is verleend. Tot slot voert zij aan dat in artikel 4.1 van de raamovereenkomst is opgenomen dat het integrale tarief € 55,37 per uur, oftewel afgerond € 0,924 per minuut is. Voor zover de som van de in de specificaties opgenomen minuten niet correspondeert met het totaalbedrag, betwist Umbra Zorg B.V. de uitkomst en is zij van mening dat een algemene tariefcorrectie en/of creditering geldt voor alle facturen van oktober t/m december 2024.
De factuur is voldoende gespecificeerd
5.4.
In artikel 5 van Pro de raamovereenkomst is bepaald welke informatie De Zorgboom B.V. bij haar facturen moest meesturen. Met de door haar overgelegde stukken heeft De Zorgboom B.V. voldoende onderbouwd dat zij deze informatie bij haar factuur van december 2024 [verder: de factuur] heeft meegestuurd. Umbra Zorg B.V. heeft weliswaar aangevoerd dat De Zorgboom B.V. op grond van artikel 2 ook Pro een verplichting had om ECD-rapportages te delen, maar niet blijkt dat deze rapportages bij de factuur meegestuurd moesten worden. Dat Umbra Zorg B.V. deze informatie wil gebruiken om de facturen en specificaties te controleren, maakt dat niet anders.
Niet blijkt dat bedragen ten onrechte zijn gefactureerd
5.5.
Umbra Zorg B.V. heeft van één cliënt een declaratie van 150 minuten betwist. De curator heeft erkend dat aan deze cliënt geen zorg is verleend, maar aangevoerd dat wel een intake heeft plaatsgevonden. In dat kader zijn volgens hem de 150 minuten in rekening gebracht. Umbra Zorg B.V. heeft niet betwist dat de intake heeft plaatsgevonden of dat deze korter heeft geduurd, maar heeft aangevoerd dat de daaraan bestede tijd niet gedeclareerd mocht worden. Zij heeft echter niet onderbouwd waarom de hieraan bestede tijd niet gedeclareerd mocht worden. Overigens heeft Umbra Zorg B.V. ook niet aangegeven om welk concreet bedrag het hier gaat. In haar conclusie van antwoord heeft zij weliswaar nog verwezen naar WhatsApp-correspondentie, maar deze correspondentie was niet als productie overgelegd en zij heeft ook niet toegelicht wat daarin staat. De kantonrechter is daarom van oordeel dat Umbra Zorg B.V. dit deel van de factuur onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, zodat dit niet kan leiden tot verlaging van het te betalen factuurbedrag.
5.6.
Umbra Zorg B.V. heeft niet gesteld op grond waarvan het niet voldoen aan de verplichting van artikel 2 van Pro de raamovereenkomst moet leiden tot creditering van de factuur. Voor zover zij creditering grondt op een opschortingsrecht is dat, los van de vraag of zij een opschortingsrecht heeft, niet juist. Opschorting betekent immers alleen uitstel van betaling, niet een verval van de betalingsverplichting. Voor zover Umbra Zorg B.V. heeft bedoeld dat zij schade heeft geleden als gevolg van een tekortkoming van De Zorgboom B.V. op dit punt en zij deze schade wil verrekenen met de factuur door middel van creditering, heeft zij daarvoor te weinig gesteld. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer voorbij en wijst de vordering van Umbra Zorg B.V. op dit punt af, inclusief haar daaraan gekoppelde vordering tot betaling van de wettelijke (handels-)rente.
5.7.
In haar akte uitlating voortgang procedure van 18 februari 2026 heeft Umbra Zorg B.V. nog nader inhoudelijk verweer gevoerd tegen diverse declaraties van andere cliënten, aan de hand van de door de curator bij conclusie van antwoord in reconventie overgelegde producties. De kantonrechter merkt op dat een akte uitlating voortzetting procedure niet een processtap is waarbij nog inhoudelijke nieuwe verweren aangedragen kunnen worden. Voor zover Umbra Zorg B.V. in haar akte nieuwe verweren heeft aangevoerd, zijn deze daarom tardief (te laat). Umbra Zorg B.V. had die verweren tijdens de mondelinge behandeling kunnen en moeten geven. Overigens merkt de kantonrechter op dat Umbra Zorg B.V. haar stellingen ook in deze akte niet nader heeft onderbouwd. Weliswaar heeft zij enkele producties bijgevoegd, maar deze zijn niet volledig en niet blijkt met welke productie zij welke stelling bedoelt te onderbouwen. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan deze verweren.
5.8.
De kantonrechter gaat ook voorbij aan het verweer van Umbra Zorg B.V. in verband met het door De Zorgboom B.V. gehanteerde uurtarief. Umbra Zorg B.V. heeft namelijk op geen enkele manier onderbouwd dat De Zorgboom B.V. daadwerkelijk een verkeerd tarief heeft gehanteerd, bij welke van de gestuurde facturen dat zou zijn gebeurd en om welk bedrag het zou gaan.
5.9.
De kantonrechter is op grond hiervan van oordeel dat Umbra Zorg B.V. de factuur van de curator onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, zodat betaling in beginsel kan worden toegewezen.
Umbra Zorg B.V. had geen recht op opschorting
5.10.
Umbra Zorg B.V. doet echter een beroep op opschorting. Zij is van mening dat De Zorgboom B.V. tekort is geschoten in haar rapportageplicht op grond van artikel 2 van Pro de raamovereenkomst, omdat zij geen ECD-rapportages en dossiers heeft overgelegd. Daarom mocht zij, aldus Umbra Zorg B.V., betaling opschorten op grond van artikel 6:262 BW Pro totdat de curator alsnog aan deze verplichting heeft voldaan.
De curator heeft daartegen aangevoerd dat deze documenten niet verplicht waren gezien artikel 5 van Pro de raamovereenkomst. Hij betwist dat het verstrekken van de betreffende documenten een vereiste was voor facturatie en verschuldigdheid van het betalen van de geleverde werkzaamheden. Daarnaast heeft Umbra Zorg B.V. volgens de curator niet eerder om deze rapportages gevraagd en wordt dit verweer pas in deze procedure gevoerd. Wel heeft de curator in deze procedure de dossiers alsnog overgelegd.
5.11.
Artikel 6:262 BW Pro bepaalt in lid 1:
“Komt een der partijen haar verbintenis niet na, dan is de wederpartij bevoegd de nakoming van haar daartegenover staande verplichtingen op te schorten.”Daarbij moet sprake zijn van opeisbare verplichtingen (vorderingen). Umbra Zorg B.V. heeft niet gesteld waaruit blijkt dat de verplichting van De Zorgboom B.V. tot het verstrekken van de gegevens zoals aangegeven in artikel 2 van Pro de raamovereenkomst staat tegenover de verplichting van Umbra Zorg B.V. om de factuur te betalen en dat dit een voorwaarde was om te mogen factureren. De hoofdverplichting van De Zorgboom B.V. was immers het verlenen van thuiszorg. Niet is gesteld dat De Zorgboom B.V. daarin tekort is geschoten. Vanwege de betwisting door de curator had Umbra Zorg B.V. daarom meer moeten stellen op dit punt, te meer, omdat vast staat dat deze gegevens op grond van artikel 5 van Pro de raamovereenkomst niet bij de factuur aangeleverd hoefden te worden.
5.12.
Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat Umbra Zorg B.V. eerder aan De Zorgboom B.V. had moeten laten weten dat dit voor haar een reden was om haar de factuur niet te betalen. Uitgangspunt is dat voor een rechtsgeldig beroep op opschorting geen algemene verplichting geldt dat degene die zich op opschorting beroept dit beroep kenbaar maakt aan zijn wederpartij. Een beroep op opschorting kan ook voor het eerst in een gerechtelijke procedure worden gedaan. Maar dat neemt niet weg dat onder omstandigheden de redelijkheid en billijkheid kunnen verlangen dat dit wel eerder kenbaar wordt gemaakt.
Umbra Zorg B.V. heeft in haar reacties op de factuur laten weten dat zij de factuur niet betaalde vanwege artikel 14.2c van de raamovereenkomst en verrekening met door haar geleden schade. De tekortkomingen die zij ten grondslag legde aan deze schade, zagen echter niet op een tekortkoming van artikel 2 van Pro de raamovereenkomst. Niet blijkt dat het voor De Zorgboom B.V. duidelijk was of had moeten zijn dat ook een tekortkoming van artikel 2 een Pro reden was om de factuur niet te betalen. Umbra Zorg B.V. heeft nog aangevoerd dat zij al om de informatie van artikel 2 heeft Pro verzocht in haar e-mailbericht van 24 december 2024. Daarin schreef zij:
“Wij verzoeken [naam] ervoor te zorgen dat haar uren en verantwoordelijkheden uiterlijk op 31 december volledig zijn afgerond, zodat wij een eindafrekening kunnen opmaken.”Hieruit blijkt naar het oordeel van de kantonrechter echter niet, althans onvoldoende dat Umbra Zorg B.V. daarmee doelde op deze informatie. Door De Zorgboom B.V. niet eerder om deze informatie te vragen en haar niet op de hoogte te stellen dat dit (ook) een reden was om de factuur niet te betalen, was De Zorgboom B.V. ook niet eerder dan in deze procedure in de gelegenheid om dit verweer te beoordelen en eventuele acties te ondernemen.
Umbra Zorg B.V. had daarom op grond hiervan geen opschortingsrecht.
5.13.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Umbra Zorg B.V. aangevoerd dat De Zorgboom B.V. volgens haar ook tekort is geschoten in haar verplichting uit artikel 3 van Pro de raamovereenkomst. Volgens haar is namelijk niet duidelijk hoe De Zorgboom B.V. de daarin genoemde kwaliteit heeft gegarandeerd. Daarvoor moest De Zorgboom B.V., althans de curator, volgens Umbra Zorg B.V. auditlogs en rapportages uit het Nedap/ONS aanleveren. Daarmee kon Umbra Zorg B.V. op haar beurt de kosten declareren bij VGZ. VGZ had volgens Umbra Zorg B.V. de voor oktober en november 2024 gedeclareerde kosten teruggevorderd, althans zou dat kunnen doen, en heeft de samenwerking met haar beëindigd doordat Umbra Zorg B.V. deze informatie niet kon overleggen. Umbra Zorg B.V. heeft op 23 januari 2026 een e-mailbericht aan de curator gestuurd met een verzoek tot het sturen van deze informatie.
De curator heeft daartegen aangevoerd dat hij betwist dat deze informatie nodig was. Umbra Zorg B.V. had dit ook niet eerder dan in het e-mailbericht daags voor de mondelinge behandeling aan De Zorgboom B.V. of hem laten weten, zodat Umbra Zorg B.V. te laat heeft geklaagd. Vanwege het faillissement was het volgens de curator ook maar de vraag of De Zorgboom B.V. deze informatie nog uit het systeem kon halen.
5.14.
Tijdens de mondelinge behandeling is afgesproken dat de kantonrechter de procedure enkele weken zou aanhouden om partijen de gelegenheid te geven om naar aanleiding van dit punt tot proberen tot een oplossing te komen. Uit de door partijen overgelegde aktes uitlaten voortzetting procedure is gebleken dat zij niet tot overeenstemming zijn gekomen. Daarom zal de kantonrechter dit punt beoordelen en overweegt daarover als volgt.
5.15.
In artikel 3 van Pro de raamovereenkomst staan diverse kwaliteitseisen waaraan De Zorgboom B.V. moest voldoen. Umbra Zorg B.V. heeft echter niet gesteld en ook overigens blijkt niet dat in dit artikel een verplichting is opgenomen voor De Zorgboom B.V. om auditlogs of rapportages over te leggen wanneer zij werkzaamheden declareert, om daarmee aan te tonen dat zij heeft voldaan aan deze kwaliteitseisen.
5.16.
Dat volgt ook niet uit het laatste lid van dit artikel. Daarin is opgenomen:
“Zorgboom B.V verschaft Umbra Zorg BV op het eerste verzoek alle benodigde ondersteunende informatie en meldt feiten met betrekking tot cliënten die relevant zijn voor de zorg aan deze cliënten en/ of het zorgplan van deze cliënten.”Los van de vraag of hiermee de auditlogs en rapportages uit het Nedap/ONS zijn bedoeld, heeft Umbra Zorg B.V. niet voorafgaand of ten tijde van de factuur van december 2024 aan De Zorgboom B.V. verzocht om deze ondersteunende informatie te geven. Umbra Zorg B.V. heeft immers pas in haar e-mailbericht van 23 januari 2026 voor het eerst om deze informatie gevraagd. Daaruit volgt dat De Zorgboom B.V. vóór 23 januari 2026 niet verplicht was om deze informatie aan te leveren, zodat een eventuele vordering om deze informatie over te leggen niet opeisbaar was op het moment dat Umbra Zorg B.V. de factuur moest betalen.
Daarmee is niet voldaan aan artikel 6:262 BW Pro. Dat betekent dat Umbra Zorg B.V. betaling van de factuur ook op deze grond niet mocht opschorten.
5.17.
Dat betekent ook dat de door Umbra Zorg B.V. gevorderde verklaring voor recht dat zij mocht opschorten wordt afgewezen.
Umbra Zorg B.V. moet de factuur betalen
5.18.
Op grond van deze overwegingen is het oordeel van de kantonrechter dat Umbra Zorg B.V. geen recht op opschorting of creditering heeft, zodat zij de factuur van De Zorgboom B.V. voor een bedrag van € 11.688,60 moet betalen.
Umbra Zorg B.V. moet de buitengerechtelijke kosten betalen
5.19.
De curator vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De curator heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Daarmee heeft hij recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 891,89 worden toegewezen.
Umbra Zorg B.V. moet ook de wettelijke handelsrente betalen
5.20.
De curator maakt aanspraak op vergoeding van wettelijke handelsrente vanaf 31 januari 2025. Omdat sprake is van een overeenkomst tussen twee ondernemingen, kan de curator een beroep doen op artikel 119a BW. Op grond van dat artikel is een partij wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf de dag van verzuim. Uit de overgelegde factuur blijkt dat de factuur binnen veertien dagen na factuurdatum (31 december 2024) betaald had moeten zijn. Doordat op 31 januari 2025 de factuur nog niet was betaald, was Umbra Zorg B.V. in ieder geval op dat moment in verzuim en wordt de wettelijke handelsrente vanaf die datum toegewezen.
Umbra Zorg B.V. moet de proceskosten betalen
5.21.
Umbra Zorg B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de curator worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
- griffierecht
- salaris gemachtigde
122,35
732,00
1.080,00
(2,5 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.078,35
in reconventie
5.22.
Umbra Zorg B.V. vordert een schadevergoeding van de curator voor een bedrag van € 9.585,00. Volgens Umbra Zorg B.V. was een overname of fusie tussen partijen beoogd. In dat kader heeft zij (advies-) werkzaamheden uitgevoerd. Dit traject is echter door De Zorgboom B.V. dan wel de curator afgebroken. Daardoor kon Umbra Zorg B.V. haar voorbereidingsinspanning niet verzilveren en heeft zij schade geleden, aldus nog steeds Umbra Zorg B.V. Zij heeft haar schade begroot op 639 productie-uren x € 15 marge/uur. Over dit bedrag wil zij ook de wettelijke handelsrente vergoed krijgen vanaf 1 januari 2025.
De curator is van mening dat Umbra Zorg B.V. niet-ontvankelijk is, omdat haar vordering op grond van artikel 26 Fw Pro (Faillissementswet) ter verificatie moet worden ingediend. De curator betwist ook dat sprake is van een door De Zorgboom B.V. afgebroken overname dan wel fusie. De raamovereenkomst is geëindigd op de overeengekomen einddatum en het was Umbra Zorg B.V. zelf die in haar e-mailbericht van 24 december 2024 de samenwerking beëindigde. Voor zover de vordering te maken zou hebben met een verkenning door de curator voor een doorstart, voert de curator aan dat Umbra Zorg B.V. zelf per e-mailbericht van 28 januari 2025 heeft laten weten dat zij afzag van interesse daarvoor.
Umbra Zorg B.V. kan geen aanspraak maken op schadevergoeding
5.23.
Artikel 26 Fw Pro bepaalt:
“Rechtsvorderingen, die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, kunnen gedurende het faillissement ook tegen de gefailleerde op geen andere dan een in artikel 110 bepaalde Pro wijze worden ingesteld.”Dat betekent dat Umbra Zorg B.V. haar vordering ter verificatie moet indienen bij de curator. Dat heeft zij niet gedaan. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Umbra Zorg B.V. niet-ontvankelijk is haar vordering voor zover die ziet op schadevergoeding, gebaseerd op een tekortkoming van De Zorgboom B.V., die vóór de faillietverklaring is ontstaan.
5.24.
Voor zover de vordering van Umbra Zorg B.V. ziet op schade die volgens haar is veroorzaakt na het faillissement doordat de curator heeft afgezien van een doorstart, is de kantonrechter van oordeel dat Umbra Zorg B.V. haar vordering niet, althans onvoldoende heeft onderbouwd. Niet blijkt dat de curator en Umbra Zorg B.V. in een zodanig vergevorderd stadium van onderhandelingen waren dat eventueel afbreken alleen onder vergoeding van schade zou mogen plaatsvinden. Bovendien heeft Umbra Zorg B.V. zelf aangegeven dat zij geen interesse had in een eventuele doorstart. In haar e-mailbericht van 28 januari 2025 heeft Umbra Zorg B.V. namelijk geschreven:
“Wij zien toch af van de interesse. Excuus voor het ongemak.”De kantonrechter wijst deze vordering daarom af.
5.25.
Doordat de vordering wordt afgewezen, wordt ook de over deze bedragen gevorderde wettelijke (handels-)rente afgewezen.
5.26.
Umbra Zorg B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van de curator worden begroot op een bedrag van € 864,00 (2 punten × € 432,00) aan salaris gemachtigde.

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
6.1.
veroordeelt Umbra Zorg B.V. om aan de curator te betalen een bedrag van € 11.688,60, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 31 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Umbra Zorg B.V. om aan de curator te betalen een bedrag van € 891,89 aan buitengerechtelijke kosten
6.3.
veroordeelt Umbra Zorg B.V. in de proceskosten van € 2.078,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
6.4.
wijst de vorderingen van Umbra Zorg B.V. af,
6.5. veroordeelt Umbra Zorg B.V. in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie6.6. veroordeelt Umbra Zorg B.V. tot betaling van de kosten van betekening als Umbra Zorg B.V. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.7. veroordeelt Umbra Zorg B.V. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.8. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.