Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
vervolging in strijd met het belang van de benadeelde”.
de staatssecretaris een belangenafweging gemaakt en hierbij meer gewicht toegekend aan het beschermen van de maatschappij dan aan het belang van eiser om de VOG te krijgen. Het contact met justitie is te kort geleden en een seksueel misdrijf met een minderjarig slachtoffer heeft grote (maatschappelijke) gevolgen, aldus de staatssecretaris.
onvoldoende bewijs” afgewezen. Hierover heeft eiser een klacht ingediend bij de ombudsman. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiser toegelicht dat de ombudsman als bemiddelaar aan de hoofdofficier heeft gevraagd of deze klachtprocedure aanleiding zou geven om de sepotcode te wijzigen. De beslissing van de hoofdofficier is niet veranderd.
vervolging in strijd met belang van benadeelde”. Hiermee heeft de staatssecretaris voldoende gemotiveerd dat een risico voor de samenleving bestaat als dit strafbare feit wordt herhaald en dus dat is voldaan aan het objectieve criterium. Met het objectieve criterium wordt beoordeeld of de aangetroffen justitiële gegevens, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie, taak, dan wel bezigheid waarvoor de VOG is aangevraagd. Bij het objectieve criterium wordt dus niet gekeken naar de persoon van de aanvrager. Bij de beoordeling van het objectieve criterium is ook niet relevant of het strafbare feit plaatsvond in de privésfeer. Evenmin is het relevant of sprake is van een reëel recidivegevaar. In paragraaf 3.1.3.1 van de Beleidsregels staat dat alle justitiële gegevens die binnen de gehanteerde terugkijktermijn worden aangetroffen, kunnen worden meegewogen bij de beoordeling van de VOG-aanvraag, behoudens justitiële gegevens met betrekking tot de strafbare feiten die zijn afgedaan met een onherroepelijke vrijspraak. Ook de inhoud van een dagvaarding, een kennisgeving van (niet) verdere vervolging, een eindezaakverklaring en beleidssepots kunnen een rol spelen bij de beoordeling van een aanvraag. Ten aanzien van sepots geldt dat alleen sepotbeslissingen die op beleidsmatige gronden zijn genomen (de zogenoemde beleidssepots) in de beoordeling van een VOG-aanvraag worden betrokken.
vervolging in strijd met belang van benadeelde”. Dit is een beleidssepot volgens de Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden. [1] De staatssecretaris heeft dit sepot dus in beginsel mogen betrekken bij de beoordeling van de VOG op grond van paragraaf 3.1.3.1 van de Beleidsregels. De omstandigheid dat eiser vindt dat de sepotcode moet worden gewijzigd naar een sepotgrond die niet in de beoordeling van een VOG-aanvraag mag worden betrokken, maakt dit niet anders. Niet ter discussie staat dat de hoofdofficier het verzoek om de sepotcode te wijzigen heeft afgewezen omdat hij vindt dat sprake is van voldoende bewijs. Op het moment van het nemen van het bestreden besluit stond dus vast dat de strafzaak is afgedaan met een beleidssepot. Uit de toelichting van de gemachtigde van eiser tijdens de zitting leidt de rechtbank af dat de bemiddeling van de ombudsman ook niet heeft geleid tot een wijziging van de sepotcode.
Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier” - expliciet het risico van onder andere seksuele- en geweldsmisdrijven wordt genoemd door misbruik van de (tijdelijke) afhankelijkheid van mensen die zorg nodig hebben. Daarnaast merkt de rechtbank op dat de staatssecretaris met de weigering van de VOG geen oordeel geeft of eiser wel of niet schuldig is. Het weigeren van een VOG is een bestuursrechtelijk instrument dat een preventief doel dient. De staatssecretaris heeft tijdens de zitting ook beaamt dat alleen het risico voor de samenleving wordt beoordeeld (op basis van de strafrechtelijke gegevens waarvan zij kennis mag nemen op grond van de Wjsg en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens).