ECLI:NL:RBZWB:2026:1992
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstandsuitkering na beëindiging en nieuwe aanvraag
Eiseres ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, die door Orionis werd beëindigd per 1 april 2025 vanwege het niet verstrekken van juiste inlichtingen over haar verblijf en ontvangen geldbedragen. Na ontvangst van het beëindigingsbesluit heeft eiseres zich op 30 april 2025 gemeld voor een nieuwe aanvraag, waarop Orionis een nieuwe uitkering toekende met ingang van die datum.
Eiseres voerde aan dat zij het beëindigingsbesluit pas enkele dagen na 17 april 2025 ontving en psychisch in de war was, waardoor zij niet eerder kon aanvragen. Ook stelde zij dat de late toekenning tot extra schulden leidde. Orionis stelde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om af te wijken van het uitgangspunt dat bijstand niet eerder ingaat dan de datum van melding.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet eerder dan na ontvangst van het besluit wist van de beëindiging en dat zij ongeveer tien dagen later een nieuwe aanvraag deed. Hoewel haar psychische kwetsbaarheid aannemelijk was, was niet bewezen dat zij niet tijdig kon aanvragen of hulp kon inschakelen. Bovendien was het recht op uitkering voorafgaand aan de aanvraag onzeker vanwege het lopende onderzoek en eerdere opschortingen.
De rechtbank concludeerde dat Orionis terecht de ingangsdatum op 30 april 2025 heeft gesteld en dat er geen bijzondere omstandigheden waren voor een eerdere datum. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard, waardoor de ingangsdatum van de uitkering ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum blijft 30 april 2025.