Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:1992

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
25/4663
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 PWArt. 44 PW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ingangsdatum bijstandsuitkering na beëindiging en nieuwe aanvraag

Eiseres ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, die door Orionis werd beëindigd per 1 april 2025 vanwege het niet verstrekken van juiste inlichtingen over haar verblijf en ontvangen geldbedragen. Na ontvangst van het beëindigingsbesluit heeft eiseres zich op 30 april 2025 gemeld voor een nieuwe aanvraag, waarop Orionis een nieuwe uitkering toekende met ingang van die datum.

Eiseres voerde aan dat zij het beëindigingsbesluit pas enkele dagen na 17 april 2025 ontving en psychisch in de war was, waardoor zij niet eerder kon aanvragen. Ook stelde zij dat de late toekenning tot extra schulden leidde. Orionis stelde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om af te wijken van het uitgangspunt dat bijstand niet eerder ingaat dan de datum van melding.

De rechtbank stelde vast dat eiseres niet eerder dan na ontvangst van het besluit wist van de beëindiging en dat zij ongeveer tien dagen later een nieuwe aanvraag deed. Hoewel haar psychische kwetsbaarheid aannemelijk was, was niet bewezen dat zij niet tijdig kon aanvragen of hulp kon inschakelen. Bovendien was het recht op uitkering voorafgaand aan de aanvraag onzeker vanwege het lopende onderzoek en eerdere opschortingen.

De rechtbank concludeerde dat Orionis terecht de ingangsdatum op 30 april 2025 heeft gesteld en dat er geen bijzondere omstandigheden waren voor een eerdere datum. Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard, waardoor de ingangsdatum van de uitkering ongewijzigd blijft.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum blijft 30 april 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4663

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. V.M.C. Verhaegen),
en

het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren (Orionis).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een bijstandsuitkering aan eiseres door Orionis. Zij is het niet eens met de ingangsdatum van die uitkering en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat Orionis de ingangsdatum van de uitkering juist heeft vastgesteld. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 18 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is Orionis gebleven bij het besluit om de uitkering toe te kennen met ingang van 30 april 2025.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Orionis heeft een verweerschrift ingediend.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2026 op zitting behandeld, tegelijk met een ander beroep van eiseres met zaaknummer 25/4662. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en namens Orionis mr. N.M. Feijtel, [persoon 1] en [persoon 2] .

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (PW). Na een onderzoek heeft Orionis die uitkering bij een besluit van 17 april 2025 beëindigd met ingang van 1 april 2025. Dit omdat eiseres geen juiste inlichtingen had verstrekt over haar hoofdverblijf, haar verblijf in het buitenland en ontvangen geldbedragen. Daardoor was volgens Orionis het recht op bijstand niet vast te stellen.
3.1.
Op 30 april 2025 heeft eiseres zich gemeld voor een nieuwe aanvraag. Orionis heeft vervolgens bij besluit van 9 juli 2025 (primair besluit) opnieuw een bijstandsuitkering toegekend met ingang van 30 april 2025.
3.2.
Bij besluit van 18 augustus 2025 (bestreden besluit) heeft Orionis het bezwaar van eiseres tegen de ingangsdatum ongegrond verklaard. Volgens Orionis is geen sprake van bijzondere omstandigheden om af te wijken van het uitgangspunt dat bijstand niet eerder in kan gaan dan de datum waarop betrokkene zich heeft gemeld.
Standpunt eiseres
4. Eiseres heeft in beroep, samengevat, aangevoerd dat zij het besluit waarbij haar uitkering werd beëindigd pas enige dagen na 17 april 2025 heeft ontvangen en dat zij psychisch in de war was, zodat zij niet eerder een aanvraag kon indienen. Bovendien heeft de late toekenning geleid tot extra schulden.
Standpunt Orionis
5. Orionis stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden om af te wijken van het uitgangspunt dat bijstand niet eerder in kan gaan dan op de datum waarop betrokkene zich heeft gemeld. Anders dan eiseres stelt staat haar recht op uitkering voorafgaand aan de aanvraag ook ter discussie, nu de uitkering was ingetrokken omdat het recht niet kon worden vastgesteld.
Toetsingskader
6. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Beoordeling
7. Op grond van artikel 44 van Pro de PW wordt bijstand niet eerder toegekend dan met ingang van de datum van melding, tenzij sprake is van individuele omstandigheden die daartoe noodzaken. De rechtbank moet dus beoordelen of sprake is van dergelijke omstandigheden.
7.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet eerder dan na de ontvangst van het besluit van 17 april 2025 wist dat haar uitkering werd beëindigd. Tot die datum was er voor eiseres dan ook geen aanleiding om een nieuwe uitkering aan te vragen. Dit laat onverlet dat het de eigen verantwoordelijkheid van eiseres is om na ontvangst van dat besluit voortvarend te handelen als zij opnieuw bijstand wil aanvragen. Uitgaand van een bezorgtermijn van enkele dagen heeft het echter ongeveer 10 dagen geduurd voordat eiseres zich heeft gemeld voor een nieuwe aanvraag.
7.2.
Hoewel de rechtbank het op zich aannemelijk vindt dat eiseres, gezien haar psychische kwetsbaarheid, door de beëindiging, intrekking en terugvordering van haar uitkering enigszins in de war is geraakt, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat het voor haar niet mogelijk was om snel een nieuwe aanvraag in te dienen, dan wel daarvoor hulp in te schakelen. Daarbij speelt ook een rol dat eiseres wist dat er een onderzoek liep naar haar recht op uitkering, nu in het kader van dat onderzoek haar uitkering drie maal is opgeschort omdat zij informatie niet tijdig had aangeleverd. Het laatste opschortingsbesluit dateert van 9 april 2025. Gelet hierop kan de beëindiging ook niet als een complete verrassing zijn gekomen.
7.3.
Verder heeft Orionis naar het oordeel van de rechtbank er terecht op gewezen dat geenszins vast staat dat eiseres voorafgaand aan haar aanvraag recht had op een bijstandsuitkering. Die was immers beëindigd omdat het recht niet was vast te stellen. De nieuwe uitkering is ook pas toegekend nadat eiseres aannemelijk had gemaakt dat de feitelijke situatie na de beëindiging was gewijzigd.
7.4.
De omstandigheid dat eiseres door de gang van zaken een (deel van de) maand geen uitkering heeft ontvangen is ook geen bijzondere omstandigheid die voor Orionis aanleiding had moeten zijn om met terugwerkende kracht bijstand toe te kennen.
7.5.
Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat Orionis niet gehouden was de uitkering eerder te laten ingaan dan op de aanvraagdatum 30 april 2025.

Conclusie en gevolgen

8. Uit wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen volgt dat het bestreden besluit de rechterlijke toets kan doorstaan. Het beroep is dus ongegrond. Dit betekent dat er voor eiseres niets verandert.
8.1.
Nu het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van H. Oulad El Hadj, griffier op 19 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Participatiewet (PW)

Artikel 11, lid 1
Iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, heeft recht op bijstand van overheidswege.
Artikel 44, lid 1 en lid 5
1. Indien door het college is vastgesteld dat recht op bijstand bestaat, wordt de bijstand toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voorzover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen.
5. In afwijking van het eerste lid kan het college bijstand toekennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld, indien individuele omstandigheden hiertoe noodzaken.