ECLI:NL:RBZWB:2026:199
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bezwaar tegen verrekeningsbeschikking
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om terug te betalen toeslagen te verrekenen met bedragen die haar echtgenoot ontvangt. De Dienst Toeslagen wees dit verzoek af met een beschikking van 9 december 2024 en bevestigde dit in een beslissing op bezwaar van 7 februari 2025.
De rechtbank behandelde het beroep op 19 januari 2026 en oordeelde dat op grond van artikel 12, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Wet Awir) tegen een verrekeningsbeschikking geen bezwaar kan worden gemaakt, en dus ook geen beroep kan worden ingesteld. Hierdoor is eiseres niet-ontvankelijk in haar beroep.
De rechtbank ging niet inhoudelijk op de zaak in, maar bepaalde wel dat de Dienst Toeslagen het betaalde griffierecht aan eiseres moet vergoeden, omdat in de beslissing op bezwaar niet werd uitgelegd dat bezwaar niet mogelijk was. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de zitting werd gesproken over een mogelijke persoonlijke betalingsregeling, waarover de Dienst Toeslagen na de zitting met eiseres contact zal opnemen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen een verrekeningsbeschikking geen bezwaar of beroep openstaat.