Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:199

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
25/1563
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Wet Awir
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bezwaar tegen verrekeningsbeschikking

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om terug te betalen toeslagen te verrekenen met bedragen die haar echtgenoot ontvangt. De Dienst Toeslagen wees dit verzoek af met een beschikking van 9 december 2024 en bevestigde dit in een beslissing op bezwaar van 7 februari 2025.

De rechtbank behandelde het beroep op 19 januari 2026 en oordeelde dat op grond van artikel 12, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Wet Awir) tegen een verrekeningsbeschikking geen bezwaar kan worden gemaakt, en dus ook geen beroep kan worden ingesteld. Hierdoor is eiseres niet-ontvankelijk in haar beroep.

De rechtbank ging niet inhoudelijk op de zaak in, maar bepaalde wel dat de Dienst Toeslagen het betaalde griffierecht aan eiseres moet vergoeden, omdat in de beslissing op bezwaar niet werd uitgelegd dat bezwaar niet mogelijk was. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de zitting werd gesproken over een mogelijke persoonlijke betalingsregeling, waarover de Dienst Toeslagen na de zitting met eiseres contact zal opnemen.

Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen een verrekeningsbeschikking geen bezwaar of beroep openstaat.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1563
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

Dienst Toeslagen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om de door haar terug te betalen toeslagen te verrekenen met de door haar echtgenoot te ontvangen bedragen.
1.1.
De Dienst Toeslagen heeft deze aanvraag met de beslissing van 9 december 2024 afgewezen. Met de bestreden beslissing van 7 februari 2025 op het bezwaar van eiseres heeft de Dienst Toeslagen het verzoek om verrekening nogmaals afgewezen.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 19 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar [echtgenoot] en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] .
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De beslissing waartegen eiseres beroep heeft aangetekend ziet op het (niet) verrekenen van terug te betalen toeslagen. Uit artikel 12, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Wet Awir) volgt dat tegen een verrekeningsbeschikking geen bezwaar kan worden gemaakt. Daarom kan hiertegen ook geen beroep worden ingesteld en is eiseres dus niet-ontvankelijk in haar beroep.
2.1.
Ter zitting is gesproken over het treffen van een persoonlijke betalingsregeling. De Dienst Toeslagen heeft aangeboden om hierover na de zitting verder te spreken met eiseres.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk.
3.1.
De Dienst Toeslagen moet wel het griffierecht aan eiseres vergoeden. Dit omdat de beslissing van 7 februari 2025 een reactie is op het bezwaarschrift van eiseres, maar in die brief wordt niet uitgelegd waarom er geen bezwaar kan worden gemaakt. Als de Dienst Toeslagen dit wel had uitgelegd, had eiseres niet in beroep hoeven gaan.
3.2.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat Dienst Toeslagen het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.