ECLI:NL:RBZWB:2026:1965

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444565 / FA RK 26-530
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 lid 2 WvggzArt. 6:5 sub a WvggzArt. 6:6 lid 2 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor zes maanden op grond van de Wvggz

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1969. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en verslavingsstoornissen, wat leidt tot ernstig nadeel zoals verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, agressief gedrag en gevaar voor de omgeving.

De onafhankelijke psychiater heeft betrokkene niet persoonlijk kunnen onderzoeken, maar heeft op basis van meerdere pogingen tot contact, gesprekken met de zorgverantwoordelijke en het medisch dossier een medische verklaring opgesteld. De rechtbank acht deze verklaring voldoende voor inhoudelijke beoordeling. Betrokkene erkent het verzoek deels en wil de zorgmachtiging voor zes maanden, niet voor de gevraagde twaalf maanden.

De rechtbank concludeert dat verplichte zorg noodzakelijk is vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht en het risico op escalatie bij weigering van medicatie. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Omdat het verzoek niet tijdig is ingediend, kan de machtiging slechts voor zes maanden worden verleend. De beschikking is op 16 februari 2026 mondeling gegeven en op 2 maart 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank wijst een zorgmachtiging toe voor zes maanden wegens ernstig nadeel en gebrek aan ziekte-inzicht van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444565 / FA RK 26-530
Datum uitspraak: 16 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [psychiater] , psychiater via telefonische verbinding.
1.3.
Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar niet gehoord:
  • een stagiaire van mr. J.J. van ’t Hoff.
  • mevrouw [casemanager] , casemanager.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 15 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat zij haar afspraak voor haar depot altijd nakomt, behoudens één keer. Betrokkene heeft geen zin in de mondelinge behandeling en wil dit graag zo snel mogelijk afgehandeld hebben. Betrokkene is het eens met het verzoek, maar dan voor de duur van zes maanden
(betrokkene geeft dit aan naar aanleiding van de opmerking van de behandelend rechter dat de indieningstermijn van artikel 6:6 lid 2 Wvggz Pro niet is nageleefd). Daarnaast geeft betrokkene aan dat zij een keer wil gaan stoppen met de medicatie omdat zij niet psychotisch is. Echter, zij zal dit niet doen zonder voorbereiding en gesprek met haar behandelaar om de medicatie langzaam af te bouwen. Betrokkene deelt verder mede dat zij niet is afgevallen sinds haar laatste opname.
4.2.
De psychiater voert, samengevat, aan dat betrokkene kwetsbaar is om psychotisch te worden. De psychiater geeft aan dat zij vaker gebeld zijn door de politie vanwege problemen van betrokkene. Volgens de psychiater is een opname van betrokkene voorzienbaar omdat zij afgelopen augustus 2025 nog gedwongen is opgenomen. Op dit moment is er minimaal contact met betrokkene. De psychiater verwacht dat ook dit contact zal verdwijnen zonder zorgmachtiging. Indien betrokkene haar depot gaat weigeren of te laat accepteert, zal dit vermoedelijk tot escalatie leiden.
4.3.
De advocaat geeft aan dat betrokkene het eens is met het verzoek voor de duur van zes maanden. Betrokkene kan op dit moment niet reageren op de uitbreiding van ‘opnemen in een accommodatie’ en ‘beperken van de bewegingsvrijheid’, omdat zij halverwege de zitting de kamer heeft verlaten. Op dit moment is het niet verzocht en acht de advocaat het ook niet passend.

5.De beoordeling

Medische verklaring
5.1.
Allereerst staat de rechtbank voor de vraag of het verzoek inhoudelijk kan worden behandeld. De rechtbank heeft geconstateerd dat betrokkene in het kader van het opstellen van de medische verklaring niet in persoon is onderzocht. Voor de rechtbank daadwerkelijk tot een inhoudelijke behandeling komt, dient zij zich te buigen over de vraag of de onafhankelijk psychiater redelijkerwijs gedaan heeft wat van hem mag worden verwacht om betrokkene te kunnen onderzoeken.
5.2.
Aan het onderzoek van een betrokkene door een onafhankelijke medische deskundige moeten - gelet op de inbreuken in de persoonlijke levenssfeer die rechterlijke machtigingen op grond van de Wvggz meebrengen - zware eisen worden gesteld. Het uitgangspunt is dat een betrokkene persoonlijk door een onafhankelijke psychiater wordt onderzocht. Afwijken van de hoofdregel is mogelijk in uitzonderingsgevallen. Zoals ook blijkt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad, mag worden verwacht dat voor het uitvoeren van zodanig onderzoek de nodige inspanningen worden verricht. De onafhankelijk psychiater zal in zijn medische verklaring moeten verantwoorden waarom onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk of niet verantwoord is, voor welk alternatief hij heeft gekozen, en op welke gronden hij tot de slotsom is gekomen dat aan de vereisten voor verlening van verplichte zorg is voldaan. De rechtbank zal vervolgens moeten beoordelen of de verzochte machtiging op grond van de medische verklaring kan worden verleend. [1]
5.3.
In dit geval heeft de onafhankelijk psychiater meerdere keren geprobeerd om met betrokkene in gesprek te gaan. Driemaal is geprobeerd met een aangekondigde afspraak met betrokkene in gesprek te gaan, maar deed zij de deur niet open. Tijdens de vierde, niet aangekondigde afspraak, wenst betrokkene niet in gesprek te gaan. Daarnaast heeft de psychiater met de zorgverantwoordelijke gesproken en het medisch dossier bestudeerd. Onder deze omstandigheden is de medische verklaring met voldoende informatie omkleed om te kunnen gebruiken als stuk in deze Wvggz-procedure.
Inhoudelijke beoordeling
5.4.
De rechtbank verleent de machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.5.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum-en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.6.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat een psychotische ontregeling in combinatie met middelenmisbruik ervoor zorgt dat betrokkene voor veel overlast zorgt bij de buren en over straat loopt met alleen een onderbroek. Daarnaast is er sprake van agressief gedrag, zo heeft betrokkene een keer een vrouw op het hoofd geslagen met een fles wijn. Voorts heeft betrokkene tijdens ontregeling paranoïde belevingen bij haar eten waardoor ze dit nauwelijks kan doorslikken. Ze is hierdoor erg vermagerd.
5.7.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.8.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef of ziekte-inzicht. Betrokkene geeft aan haar depotmedicatie te willen accepteren, maar in de praktijk houdt zij zich niet aan afspraken hieromtrent, terwijl medicatiegebruik essentieel is om stabiel te blijven. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.9.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
  • opnemen in een accommodatie.
5.9.1.
In aanvulling op de verzochte vormen van verplichte zorg zal de rechtbank naar aanleiding van wat tijdens de zitting is besproken ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ als vorm van verplichte zorg toewijzen, zodat betrokkene kan worden opgenomen. De rechtbank zal deze aanvullende vormen van verplichte zorg met analoge toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro toewijzen. Het feit dat betrokkene tijdens het gedeelte van de zitting waarin dit is besproken de ziting reeds had verlaten maakt dit niet anders. De rechtbank had namelijk al van haar begrepen dat zij een opname zelf niet voorzienbaar vond (en het dus niet eens was met de toevoeging van deze verplichte vormen van zorg).
5.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.11.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank constateert dat het verzoek door de officier van justitie niet tijdig, te weten vier weken voor afloop van de zorgmachtiging, bij de rechtbank is ingediend. Hierdoor is er geen sprake van nawerking van de voorgaande zorgmachtiging op grond van artikel 6:6 tweede Pro lid Wvggz. Dientengevolge is de voorgaande zorgmachtiging op 15 augustus 2025 vervallen en dus kan de rechtbank het onderhavige verzoek niet anders aanmerken dan als een eerste verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging met een maximale duur van zes maanden, zoals op grond van artikel 6:5 sub a Wvggz Pro is bepaald.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.9 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 2 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Voetnoten

1.HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1509.