ECLI:NL:RBZWB:2026:1963

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444290 / FA RK 26-369
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 sub b WvggzArt. 3:4 sub c WvggzArt. 3:4 sub d Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek zorgmachtiging wegens ontbreken ernstig nadeel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type. De zorgmachtiging zou onder meer het toedienen van medicatie en het aanbrengen van vrijheidsbeperkingen omvatten.

Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene momenteel vrijwillig wordt behandeld en dat er geen sprake is van ernstig nadeel. De psychiater gaf aan dat medicatie vanwege hartklachten niet wordt toegediend en dat een zorgmachtiging niet doelmatig is. Betrokkene ervaart stress door een zorgmachtiging en geeft aan helder te zijn en dexamfetamine nodig te hebben om rustig te worden.

De rechtbank concludeerde dat hoewel de diagnose en eerdere ernstige psychotische episodes vaststaan, de huidige situatie stabiel is en er geen risico op ernstig nadeel bestaat. De behandeling verloopt op vrijwillige basis en er zijn geen minder bezwarende alternatieven nodig.

Op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro en de criteria voor verplichte zorg werd het verzoek afgewezen. De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 2 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot verlening van een zorgmachtiging wordt afgewezen wegens het ontbreken van ernstig nadeel en het feit dat betrokkene vrijwillig wordt behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444290 / FA RK 26-369
Datum uitspraak: 16 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M. Timmermans-Roelands te Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 januari 2026;
  • de van de advocaat van betrokkene op 3 februari 2026 ontvangen stukken, waaronder een medische verklaring, gedateerd 24 oktober 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek is voortgezet op 16 februari, op het thuisadres van betrokkene te [woonplaats] . Tijdens de mondelinge behandeling op 4 februari 2026 bleek de betrokken psychiater niet aanwezig te zijn en de casemanager bleek niet alle vragen te kunnen beantwoorden. De rechtbank heeft de mondelinge behandeling voortgezet op 10 februari 2026. Hoewel betrokkene op de hoogte was van de nieuwe datum van de mondelinge behandeling, was betrokkene niet aanwezig op haar huisadres. De rechtbank heeft de zaak aangehouden, teneinde betrokkene de gelegenheid te geven alsnog te worden gehoord.
1.3.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [psychiater] , psychiater.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 19 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat een zorgmachtiging voor stress zorgt in plaats van dat het helpend is voor haar. Betrokkene wordt nu vrijwillig behandeld en vindt dit fijn. Betrokkene geeft aan dat zij altijd helder in haar hoofd is geweest. Voorts geeft betrokkene aan dat zij dexamfetamine juist nodig heeft om rustig van te worden.
4.2.
De psychiater verklaart dat er bij betrokkene sprake is van een schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type. Betrokkene is meerdere keren opgenomen geweest vanwege psychotische klachten. Voorts geeft de psychiater aan dat er bij betrokkene thans geen antipsychoticum wordt toegediend vanwege het gevaar voor verergering van haar hartklachten. Het toedienen van medicatie was volgens de psychiater de belangrijkste reden voor de aanvraag voor een zorgmachtiging, maar inmiddels is een zorgmachtiging niet meer nodig. Daarentegen blijft de diagnose wel staan, ondanks dat betrokkene hier niet in gelooft. Volgens de psychiater is er op dit moment geen sprake van ernstig nadeel. Betrokkene wordt op vrijwillige basis verder behandeld. Tot slot geeft de psychiater aan dat een zorgmachtiging niet doelmatig is omdat het doel juist niet bereikt kan worden met medicatie. Mocht betrokkene de komende tijd toch weer ontregelen dan is er altijd nog de mogelijkheid van aanvraag van een scrisismaatregel.
4.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de toelichting van de psychiater. Er is op dit moment geen sprake van ernstig nadeel en een zorgmachtiging zou eveneens niet doelmatig zijn. Daarnaast is er sprake van een vrijwillige basis waarin betrokkene wordt behandeld.

5.De beoordeling

5.1.
Ingevolge artikel 6:4 lid 1 Wvggz Pro verleent de rechter een zorgmachtiging, indien naar zijn oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 Wvggz Pro en het doel van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:4 sub b tot Pro en met e Wvggz.
5.2.
Ingevolge artikel 3:3 Wvggz Pro kan als uiterste middel verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:1 Wvggz Pro worden verleend, indien het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis, niet zijnde een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap, leidt tot ernstig nadeel en indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg, gelet op het beoogde doel van verplichte zorg, evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
5.3.
Gelet op de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, bipolaire-stemmingsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de gestelde diagnose.
5.4.
Deze stoornis veroorzaakt, zo blijkt uit de stukken, ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Er is bij betrokkene sprake van recidiverende psychotische decompensaties, mogelijk geluxeerd door aanhoudend gebruik van dexamfetamine. Tijdens psychotische episodes vertoont betrokkene vanuit haar paranoïde gedachtegang verward, ontremd en impulsief gedrag. Ook dreigt in deze toestand lichamelijke uitputting wegens slaapgebrek. Betrokkene kan zich dwingend opstellen en er is sprake van vereenzaming.
Echter uit hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, leidt de rechtbank af dat er in de huidige (stabiele) situatie van betrokkene geen (risico op) ernstig nadeel meer aanwezig is. Betrokkene is nu in contact en overleg met de hulpverlening. Verder is er verbinding gelegd met haar cardioloog om overleg te hebben over de afstemming van de zorg in verband met haar geestelijke gesteldheid op de zorg i.v.m. haar hart. De behandelend psychiater heeft medegedeeld dat een zorgmachtiging dan ook niet langer nodig is voor betrokkene. Sterker nog, los van het voorgaande heeft de psychiater uitgelegd ter zitting dat de aangevraagde verplichte vormen van zorg betreffende de toediening en controle op medicatie nu (na overleg met de cardioloog) contra-geïndiceerd blijken te zijn.
5.5.
Gelet op het voorgaande wordt naar het oordeel van de rechtbank aldus niet voldaan aan de criteria die de wet aan de afgifte van een zorgmachtiging stelt. Dit betekent dat het verzoek zal worden afgewezen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 2 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.