ECLI:NL:RBZWB:2026:1957

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444562 / FA RK 26-527
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening eerste zorgmachtiging voor zes maanden wegens verslavingsproblematiek en psychotische stoornissen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 februari 2026 een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden aan betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrumstoornissen en verslavingsproblematiek. Ondanks dat betrokkene momenteel geen middelen gebruikt en geen medicatie wenst, is vastgesteld dat hij in het verleden meerdere terugvallen heeft gehad met ernstige psychotische ontregelingen en nadelige gevolgen voor zichzelf en zijn omgeving.

De zorgmachtiging omvat het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, maar alleen indien ernstig nadeel optreedt. Andere vormen van verplichte zorg zijn afgewezen wegens gebrek aan noodzaak en voorzienbaarheid.

De rechtbank oordeelt dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene de noodzaak van behandeling niet inziet en zich verzet tegen begeleiding en medicatie. De verplichte zorg is bedoeld om terugval en ernstig nadeel te voorkomen en de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving te waarborgen.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met voorwaardelijke verplichte zorg bij ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444562 / FA RK 26-527
Datum uitspraak: 16 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.W. Dieleman te Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 28 januari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026, op de locatie van het [accommodatie] aan [adres] . Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist;
- mevrouw [persoon 3] , moeder van betrokkene;
- [persoon 4] , vriendin van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- het opnemen in een accommodatie.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene benoemt tijdens de mondelinge behandeling dat het op dit moment goed met hem gaat. Hij erkent dat er de afgelopen tijd sprake is geweest van fors middelengebruik, met ernstige gevolgen, maar dat is nu voorbij, want hij gebruikt geen harddrugs meer. Daarbij vertelt betrokkene dat het hem goed lukt om van de middelen af te blijven. Hij heeft daar geen begeleiding bij of behandeling voor nodig. Desgevraagd benoemt betrokkene dat hij geen medicatie inneemt, omdat dat niet nodig is.
3.2.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene is mogelijk belast met verslavingsproblematiek. Deze problematiek kan niet met verplichte zorg worden aangepakt, maar enkel door in overleg te gaan op vrijwillige basis. De zorgmachtiging is daarom niet doelmatig.
3.3.
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige benoemt dat betrokkene de afgelopen tijd vanwege fors alcohol- en harddrugsgebruik geregeld psychotisch ontregelde en erg achterdochtig werd, met veel ernstig nadeel voor zichzelf en zijn omgeving tot gevolg. Betrokkene heeft vorige week aangegeven dat hij geen harddrugs meer gebruikt. Volgens zijn moeder is er met momenten nog wel sprake van fors alcoholgebruik. Betrokkene heeft daar zelf een andere mening over en lijkt de ernst van de psychotische symptomen ook niet in te zien. Op dit moment zijn deze symptomen niet aanwezig. De verplichte zorg is aangevraagd zodat er kan worden ingegrepen als er opnieuw sprake is van een terugval bij betrokkene. Er kan dan antipsychotica nodig zijn voor betrokkene. Het is verder van belang dat er een behandeling wordt opgestart voor de verslavingsproblematiek van betrokkene, maar daar staat hij niet voor open. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige acht het daarom in ieder geval nodig dat betrokkene contact onderhoudt met het FACT-team, zodat er zicht op hem kan worden gehouden. Ook daar staat betrokkene niet voor open. Desgevraagd benoemt de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat een gedwongen opname enkel nodig is op het moment dat de psychotische ontregeling van betrokkene zodanig ernstig is dat er thuis gevaar ontstaat voor hemzelf en/of zijn omgeving.
3.4.
De verpleegkundig specialist benoemt in aanvulling op de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat de zorgmachtiging als ultimum remedium is aangevraagd aangezien de gevolgen van het alcohol- en harddrugsgebruik van betrokkene zeer ernstig zijn, terwijl betrokkene niet inziet dat hij een behandeling voor zijn verslavingsproblematiek nodig heeft en hier niet toe bereid is.
3.5.
De moeder van betrokkene benoemt dat het op dit moment wel goed gaat met betrokkene, maar dat hij de afgelopen jaren steeds nadat het een tijdje goed is gegaan, weer is teruggevallen in zowel overmatig drank- als harddrugsgebruik. Volgens de moeder grijpt betrokkene heel snel naar middelen als er ook maar iets tegenzit. Zij vindt het daarom belangrijk dat hij met zijn verslavingsproblematiek aan de slag gaat. Daar heeft betrokkene volgens de moeder hulp bij nodig.
3.6.
In aanvulling op de moeder benoemt de vriendin van betrokkene dat zij ook van mening is dat betrokkene hulp nodig heeft bij zijn verslavingsproblematiek.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, overige DSM-5 stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Ondanks dat het volgens betrokkene op dit moment goed met hem gaat omdat hij is gestopt met het gebruik van middelen dan wel zijn middelengebruik goed onder controle heeft, staat voor de rechtbank voldoende vast dat betrokkene bekend is met een stoornis in het gebruik van alcohol en harddrugs.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat betrokkene de afgelopen periode meermaals is teruggevallen in ernstig alcohol- en harddrugsgebruik, waarna hij ernstig psychotisch is ontregeld. Ten tijde van zo’n ontregeling heeft betrokkene last van wanen en hallucinaties, wordt hij achterdochtig en kan hij verbaal en fysiek agressief reageren. Dit doet betrokkene onder andere richting zijn vrienden en familie, met verlies van sociale relaties tot gevolg. Daarbij begrijpt de rechtbank dat met name de moeder van betrokkene, bij wie hij woonachtig is, te lijden heeft onder het agressieve en dreigende gedrag van betrokkene. Zij dreigt hierdoor volledig overbelast te raken. Daarnaast is betrokkene zijn baan verloren doordat hij onder invloed van alcohol op zijn werk is verschenen. Verder is er sprake geweest van suïcidaal gedrag en veroorzaakt betrokkene in beschonken toestand veel overlast in zijn woonomgeving. Ondanks dat er op dit moment geen ernstig nadeel aanwezig is, omdat betrokkene (tijdelijk) is gestopt met het gebruik van middelen, acht de rechtbank het gelet op het verloop van de afgelopen tijd en het karakter van verslavingsproblematiek, voldoende aannemelijk dat betrokkene op korte termijn opnieuw kan terugvallen in ernstig middelengebruik en daarmee in een psychoses, met het hierboven genoemde zeer ernstig nadeel tot gevolg.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene verzet zich tegen de benodigde behandeling, begeleiding en medicatie. Hij ziet de noodzaak hiervan niet in. Daarom is verplichte zorg nodig voor de momenten waarop er als gevolg van overmatig alcohol- en/of (hard)drugsgebruik een psychose en ernstig nadeel optreedt.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie,
onder de voorwaarde dat er ernstig nadeel optreedt;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen,
onder de voorwaarde dat er ernstig nadeel optreedt.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Voor zover de advocaat beoogt te betwisten dat de verplichte zorg niet doelmatig is, benadrukt de rechtbank dat de doelmatigheid van deze zorgmachtiging niet zit in het geven van een verplichte verslavingsbehandeling, maar in het, indien nodig, gedwongen houden van zicht op betrokkene en toedienen van medicatie op de momenten dat betrokkene psychotisch ontregelt en er ernstig nadeel optreedt, ter voorkoming van nog ernstiger nadeel en ter bescherming van de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 16 augustus 2026.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt
tot en met 16 augustus 2026.
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 2 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.