ECLI:NL:RBZWB:2026:1956

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444478 / FA RK 26-471
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg gedurende twaalf maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 februari 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1984, voor de duur van twaalf maanden. Het verzoek tot zorgmachtiging werd ingediend door de officier van justitie en omvatte verplichte zorgmaatregelen zoals het toedienen van vocht, voeding, medicatie, medische controles en andere therapeutische handelingen, alsmede beperkingen in de vrijheid van betrokkene.

Betrokkene lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, waaronder verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen, alsmede schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Deze aandoeningen veroorzaken ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang, agressieproblemen en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Betrokkene vertoont grensoverschrijdend gedrag en heeft eerder goederen vernield.

De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege wisselend ziektebesef en impulsief handelen van betrokkene. De gevraagde vormen van verplichte zorg zijn noodzakelijk, evenredig en naar verwachting effectief. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. Betrokkene heeft het verzoek besproken met zijn advocaat, erkent de voorwaarden en ziet af van het recht te worden gehoord.

De zorgmachtiging geldt tot en met 16 februari 2027 en omvat de in het verzoek genoemde zorgvormen en vrijheidsbeperkingen, waaronder beperkingen op het gebruik van communicatiemiddelen. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorg en vrijheidsbeperkingen aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444478 / FA RK 26-471
Datum uitspraak: 16 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. H. Bijlsma uit Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 januari 2026;
  • de referteverklaring van betrokkene van 12 februari 2026.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 26 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor
de duur van twaalf maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De beoordeling

4.1.
Uit de referteverklaring van betrokkene leidt de rechtbank af dat betrokkene het verzoekschrift heeft besproken met zijn advocaat, dat betrokkene erkent dat aan de voorwaarden voor toewijzing van het verzoek met de daarin opgenomen vormen van verplichte zorg wordt voldaan, dat betrokkene afziet van het recht te worden gehoord en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
4.2.
Gelet op de inhoud van de stukken en de referteverklaring acht de rechtbank zich voldoende geïnformeerd om op het verzoek te beslissen. De rechtbank heeft gelet op de referteverklaring vastgesteld dat betrokkene akkoord gaat met het verzoek.
4.3.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
4.5.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Wanneer betrokkene psychotisch decompenseert zorgt dit voor ernstige paranoïde, dwangklachten, agressie-regulatieproblemen en grensoverschrijdend gedrag bij betrokkene. Bij oplopende spanning of te veel prikkels kan betrokkene dreigend en agressief reageren. Betrokkene heeft eerder goederen vernield.
4.6.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.7.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft wisselend ziektebesef en kan zeer impulsief handelen. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.8.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur van oordeel dat de verzochte vormen van verplichte zorg nodig zijn. Gelet op de referteverklaring van betrokkene zal de rechtbank een machtiging verlenen conform het verzoek, zoals vermeld onder rechtsoverweging 3.1.
4.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
5.
De beslissing
De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 3.1 staan kunnen worden toegepast, te weten:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 februari 2027;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.