ECLI:NL:RBZWB:2026:1954

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444974 / FA RK 26-748
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens suïcidaliteit en psychische stoornis

Betrokkene verblijft sinds 11 februari 2026 onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie na een hersenbloeding en meerdere suïcidepogingen. De officier van justitie verzoekt verlenging van deze maatregel voor drie weken met verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperking en opname.

Tijdens de zitting, gehouden op 16 februari 2026, verzet betrokkene zich tegen voortzetting en wil hij naar huis, gesteund door zijn echtgenote. De psychiater benadrukt echter het risico op levensgevaar en het belang van voortzetting van de zorg, mede vanwege de depressieve klachten en het revalidatietraject.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door suïcidaliteit en psychische stoornissen, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, waarvoor geen noodzaak is vastgesteld.

De beschikking is mondeling gegeven op 16 februari 2026 en schriftelijk vastgelegd op 2 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorg om ernstig levensgevaar door suïcidaliteit af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444974 / FA RK 26-748
Datum uitspraak: 16 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 1] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 2] ,
advocaat: mr. Z. Yeral te Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 12 februari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026 in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1] , psychiater;
- mevrouw [persoon 2] , echtgenote van betrokkene.
Verschenen, maar niet gehoord zijn:
- drie zorgmedewerkers.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] te [plaats 1] . De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 11 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens betrokkene is tijdens de mondelinge behandeling afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene wil niet langer opgenomen verblijven, maar naar huis. Hij denkt ook dat dat kan met de ondersteuning van zijn echtgenote. Over de inzet van ambulante hulpverlening is betrokkene wisselend; dit wil hij het ene moment wel en het andere moment niet.
4.2.
De psychiater benoemt dat betrokkene na zijn CVA vanuit PAAZ-zorg bij [accommodatie] is opgenomen nadat hij middels een intoxicatie had geprobeerd om een einde aan zijn leven te maken. Eerder had betrokkene ook al een zelfmoordpoging ondernomen door met een mes te zwaaien en afgelopen weekend leek hij ook fysiek aan te geven dat hij een einde aan zijn leven wilde maken. De psychiater maakt zich veel zorgen om betrokkene, maar vraagt zich ook af of betrokkene nu op de juiste plek zit. De gesloten afdeling is weliswaar passend voor suïcidaliteit, maar de overige zorg die betrokkene nodig heeft voor de revalidatie van zijn CVA, zoals logopedie en fysiotherapie, is hier niet voorhanden. Hier moet nog een weg in worden gevonden. Op dit moment krijgt betrokkene antidepressiva vanwege zijn depressieve klachten. Dit betekent dat de klachten van betrokkene in de komende twee weken eerst nog wat kunnen verergeren. Dit moet goed gemonitord worden. Het is daarom te risicovol om betrokkene nu naar huis te laten gaan. Als het revalidatietraject is opgestart en goed verloopt, is het zeker de bedoeling om betrokkene weer thuis te laten verblijven en vanuit daar het traject voort te zetten.
4.3.
De echtgenote benoemt dat betrokkene twee maanden geleden een hersenbloeding heeft gehad, waardoor hij nu moeilijk kan praten en veel last heeft van zijn handen en voeten. Betrokkene geeft aan dat hij zo niet verder wil leven.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene recent een hersenbloeding heeft ondergaan, waardoor hij naast lichamelijke klachten ook depressieve klachten ervaart en meermaals en op verschillende manieren heeft geprobeerd om een einde aan zijn leven te maken.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het opnemen in een accommodatie
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, te weten ‘het toedienen van vocht en voeding’ afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
5.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene wil niet langer opgenomen verblijven en is wisselend over de inzet van ambulante hulpverlening.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, voor de verzochte duur van drie weken, met ingang van heden en tot en met 9 maart 2026.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt
tot en met 9 maart 2026.
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 2 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.