Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het volgens haar niet tijdig had beslist op haar aanvraag om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster op grond van de WIA. De rechtbank beoordeelt dat het UWV met één besluit van 25 april 2025, hersteld op 22 mei 2025, op beide aanvragen heeft beslist.
Hoewel het UWV stelt dat dit besluit ook aan eiseres is verzonden, blijkt uit de stukken niet dat dit duidelijk is gecommuniceerd. Hierdoor heeft eiseres het beroep niet ten onrechte ingesteld. Omdat het besluit inmiddels is genomen, heeft eiseres geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig beslissen, waardoor het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De rechtbank verwijst het beroep tegen het besluit van 22 mei 2025 naar het UWV ter behandeling als bezwaar en bepaalt dat het UWV het griffierecht en proceskosten aan eiseres moet vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 18 maart 2026.