De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het bereiden, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en invoeren van grote hoeveelheden cocaïne gedurende de periode van augustus 2024 tot mei 2025. Verdachte was intensief betrokken bij de distributie en voorbereiding van cocaïnehandel, waaronder internationale transporten en het gebruik van professionele middelen zoals vacumeermachines en speciaal ingerichte voertuigen.
De bewijsvoering berustte onder meer op bekennende verklaringen van verdachte, inbeslaggenomen goederen en het feit dat verdachte in Colombia cocaïne blokken telde en testte. De rechtbank achtte medeplegen wettig en overtuigend bewezen en constateerde eendaadse samenloop tussen de verschillende feiten.
Hoewel verdachte geen leidinggevende rol had, vervulde hij een onmisbare uitvoerende rol binnen het criminele circuit. De rechtbank hield rekening met de negatieve maatschappelijke effecten van de drugshandel en de professionele wijze waarop verdachte handelde. De open proceshouding van verdachte werd als strafverminderend meegewogen, maar zijn onvoldoende inzicht in de ernst van de feiten en het onderhouden van contacten in detentie werden negatief beoordeeld.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 60 maanden op, met aftrek van voorarrest, lager dan de gevorderde 6 jaar. Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard. De teruggave van nagemaakte merkartikelen werd geweigerd, maar de waarde daarvan wordt vergoed.