ECLI:NL:RBZWB:2026:1907

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
11923547 CV EXPL 25-3386 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Vermariën
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWBesluit Gemeentelijke SchuldhulpverleningHR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand na eerdere veroordeling

WonenBreburg verhuurt sinds mei 2021 een woning aan de huurder, die eerder al door de kantonrechter is veroordeeld tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vanwege een huurachterstand. Ondanks deze eerdere veroordeling is opnieuw een huurachterstand ontstaan, die op het moment van dagvaarden vier maanden bedroeg, met een totaalbedrag van €3.027,96.

WonenBreburg vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur. De huurder erkent de achterstand, maar wijt deze aan incassoproblemen en extra kosten door medische afspraken. Tijdens de procedure is geen betalingsregeling getroffen.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, mede vanwege de herhaalde wanprestatie en eerdere waarschuwing. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening, betaling van de achterstallige huur en een gebruiksvergoeding vanaf februari 2026 tot ontruiming. Tevens worden de proceskosten aan de huurder opgelegd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en gebruiksvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11923547 \ CV EXPL 25-3386
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
STICHTING WONENBREBURG,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: WonenBreburg,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[huurder],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder],
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

In deze procedure gaat het over de vraag of de huurovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden en de huurwoning moet worden ontruimd vanwege een huurachterstand.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 oktober 2025
- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 22 oktober 2025
- de brief van 17 oktober 2025 van WonenBreburg
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 6 januari 2026 met bijlage van WonenBreburg
- de mondelinge behandeling van 12 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
WonenBreburg verhuurt met ingang van 18 mei 2021 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: de woning / het gehuurde). De huur bedraagt € 756,99 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd.
3.2.
WonenBreburg heeft [huurder] eerder in rechte betrokken in verband met een huurachterstand, hetgeen heeft geleid tot een veroordelend vonnis van de kantonrechter van 13 december 2023, waarin onder meer ontbinding van de huurovereenkomst is toegewezen en ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[huurder] heeft opnieuw een huurachterstand.

4.Het geschil

4.1.
WonenBreburg vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3.027,96 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
4.2.
WonenBreburg legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens WonenBreburg de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
4.3.
[huurder] voert verweer. [huurder] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat dit komt omdat er problemen zijn geweest met de incasso bij ING. Ook heeft hij een aantal keer een auto moeten huren om naar zijn medische afspraken te kunnen gaan.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

De huurachterstand
5.1.
[huurder] heeft erkend dat er een huurachterstand is die tot en met januari 2026 berekend is op een bedrag van € 3.027,96. Ten tijde van de dagvaarding was de huur over de maanden juli 2025 tot en met oktober 2025 (vier maanden) niet betaald. De huurachterstand van oktober 2025 en december 2025 zijn inmiddels wel voldaan, maar de huur over de maand januari 2026 is ook niet betaald. In totaal bedraagt de huurachterstand nog steeds vier maanden, zijnde een bedrag van € 3.027,96. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.
5.2.
Het is partijen niet gelukt om tijdens de procedure een betalingsregeling af te spreken. Als [huurder] toch nog een betalingsregeling wil afspreken, moet [huurder] contact opnemen met de gemachtigde van WonenBreburg.
Ontbinding huurovereenkomst
5.3.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat WonenBreburg heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
5.4.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
5.5.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand vier maanden. Hoewel twee maanden wel huur is betaald, bedraagt de achterstand nog steeds vier maanden.
De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. [huurder] heeft nog persoonlijke omstandigheden aangevoerd, waardoor de huurachterstand is ontstaan. Hij heeft echter geen concreet voorstel gedaan om de huurachterstand in te lopen.
Ook weegt mee dat [huurder] moet worden aangemerkt als gewaarschuwd. Hij is al een keer eerder in een procedure betrokken en de kantonrechter heeft in die zaak de huurovereenkomst ontbonden en hem veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde vanwege een huurachterstand. Gelet op de eerdere veroordeling aan de zijde van [huurder] is sprake van een herhaalde wanprestatie. Kennelijk heeft het eerdere vonnis hem er niet van weerhouden om weer een, in dit geval forse, huurachterstand te laten ontstaan. Dat komt voor rekening van [huurder] en maakt dat aan het belang van WonenBreburg thans zwaarder gewicht toekomt.
5.6.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Betaling tot ontruiming
5.7.
WonenBreburg wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 756,99, te rekenen vanaf de maand februari 2026 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
Proceskosten
5.8.
[huurder] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WonenBreburg worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.292,64

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres],
6.2.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van WonenBreburg zijn, en de sleutels af te geven aan WonenBreburg,
6.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan WonenBreburg:
- € 3.027,96 aan achterstallige huur tot en met januari 2026,
- € 756,99 per maand vanaf februari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
6.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.292,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)