ECLI:NL:RBZWB:2026:1905
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen huurder wegens onvoldoende onderbouwing tekortkoming verhuurder
Huurder klaagt sinds 2016 over ernstige overlast, intimidatie en pesterijen door buren, waaronder bedreigingen en fysieke confrontaties. Hij stelt dat verhuurder WonenBreburg onvoldoende heeft gedaan om deze overlast te beëindigen en vordert onder meer huurteruggave, toewijzing van een andere woning en vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten.
WonenBreburg voert verweer en stelt dat zij sinds 2018 steeds het gesprek met huurder is aangegaan, buurtbemiddeling heeft geprobeerd en omwonenden heeft aangesproken. Volgens haar is er geen sprake van een gebrek en is verhuizing niet noodzakelijk.
De kantonrechter oordeelt dat huurder onvoldoende heeft onderbouwd dat WonenBreburg tekort is geschoten. De meldingen waren niet concreet, waardoor verhuurder weinig meer kon doen dan bemiddeling initiëren, wat is geprobeerd. De vorderingen worden daarom afgewezen en huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter Ebben en op 28 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van huurder worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van tekortkoming door verhuurder.