Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:1884

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11563869 MB VERZ 25-321
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens gebruik verdrijvingsvlak

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het gebruik van een verdrijvingsvlak op de Graaf Engelbertlaan te Breda op 5 april 2023. Betrokkene stelde dat hij de gedraging niet had verricht en verwees naar mogelijke menselijke fouten en onduidelijkheid in de waarneming van de verbalisant.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar bij de zitting op 3 maart 2026 was betrokkene niet aanwezig. De zittingsvertegenwoordiger erkende dat de verklaring van de verbalisant te summier was en verzocht het beroep gegrond te verklaren.

De kantonrechter oordeelde dat niet was komen vast te staan dat de gedraging was verricht en gaf betrokkene het voordeel van de twijfel. De boete werd daarom ten onrechte opgelegd en de beschikking en beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Het betaalde bedrag van €234,- moest worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11563869 \ MB VERZ 25-321
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 3 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken op de Graaf Engelbertlaan te Breda op 5 april 2023 om 11:43 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat er mogelijk sprake is van een menselijke fout. Vanaf het punt waar de verbalisant de gedraging zou hebben waargenomen is het verdrijvingsvlak nauwelijks tot niet te zien. Betrokkene rijdt meerdere keren per dag langs dat punt en ziet, omdat de situatie bekend is, anderen ook over het verdrijvingsvlak rijden. Betrokkene heeft wel dicht bij het verdrijvingsvlak gereden, wat op afstand en vanuit die positie mogelijk leek op het gebruiken van het verdrijvingsvlak. Als de verklaring van de verbalisant uitgebreider was geweest, was het voor betrokkene mogelijk om voor opheldering te zorgen. Betrokkene verwijst naar de bijlagen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft, gelet op het ontbreken van een aanvullend proces-verbaal als reactie op het verweer van betrokkene, verzocht het beroep gegrond te verklaren. De verklaring van de verbalisant is te summier, terwijl de gedraging vanaf de staandehouding wordt ontkend. Betrokkene dient het voordeel van de twijfel te krijgen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Daarbij is van belang dat de kantonrechter aanleiding ziet om betrokkene het voordeel van de twijfel te geven. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: