Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:1883

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11563803 MB VERZ 25-314
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen onterecht opgelegde parkeerboete wegens ontbrekende bebording

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren zonder vergunning op een vergunninghoudersparkeerplaats in Breda op 30 december 2023. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was omdat er geen duidelijke bebording aanwezig was die aangaf dat een vergunning vereist was. Tevens was er betaald bij de parkeerautomaat in de veronderstelling dat het de juiste zone betrof.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 3 maart 2026 overhandigde de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal waaruit bleek dat de bebording ontbrak vanuit de betreffende rijrichting.

De kantonrechter oordeelde dat hierdoor niet is komen vast te staan dat de gedraging (het zonder vergunning parkeren) heeft plaatsgevonden, waardoor de boete ten onrechte is opgelegd. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag van €119 moest worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens ontbrekende bebording.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11563803 \ MB VERZ 25-314
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 3 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig op de Godevaert Montensstraat te Breda op 30 december 2023 om 16:01 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat op de pleeglocatie niet duidelijk staat aangegeven dat er een vergunning nodig is om te parkeren. Verder is betaald bij de parkeerautomaat, ervan uitgaande dat de het de juiste zone betrof waarin is geparkeerd. Als het duidelijk was aangegeven, dan had betrokkene daar niet geparkeerd. De gemeente Breda is in gebreke vanwege het niet goed aangeven van de vergunningszone. Ook is de motivering van de officier van justitie nooit ontvangen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting een aanvullend proces-verbaal overhandigd, waaruit volgt dat het verweer van betrokkene klopt en er geen bebording aanwezig was vanuit de genoemde rijrichting. Gelet daarop wordt verzocht het beroep gegrond te verklaren.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Daarbij is van belang dat uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dat de bebording ontbrak. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: