ECLI:NL:RBZWB:2026:1880
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en schending goede procesorde
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met een vastgestelde WOZ-waarde van €332.000 voor het belastingjaar 2023. Na een ongegrond bezwaar is beroep ingesteld tegen deze waarde. De rechtbank heeft het beroep op 10 februari 2026 behandeld tijdens een cluster-zitting.
De heffingsambtenaar diende een nader stuk in op 30 januari 2026, bestaande uit verweergronden, verplichte gedingstukken en een waarderapport. De rechtbank oordeelt dat deze stukken te laat zijn ingediend en in strijd met de goede procesorde, waardoor ze buiten beschouwing worden gelaten. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat de stukken die wel tijdig zijn ingediend voldoende zijn om de vastgestelde waarde te dragen.
Belanghebbende heeft geen onderbouwde bewijzen aangevoerd om de waarde te betwisten. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Wel wordt de schending van de goede procesorde erkend, waardoor de heffingsambtenaar het griffierecht van €51 aan belanghebbende moet vergoeden. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd, met vergoeding van het griffierecht wegens schending van de goede procesorde.