ECLI:NL:RBZWB:2026:1873
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van twee-onder-een-kapwoning 2023
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1995 met een gebruikersoppervlakte van 89 m2, gelegen op een perceel van 339 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023 bedraagt €412.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze waarde, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting op 10 februari 2026. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en betwistte de vergelijkbaarheid van een referentiewoning vanwege verschillen in bouwjaar en aanwezigheid van zonnepanelen. De heffingsambtenaar overlegde een nieuwe taxatiematrix met een waarde van €426.000.
De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn, waarbij aan de woning met zonnepanelen de minste bewijskracht wordt toegekend. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de marktgegevens correct zijn omgezet naar een waarde, en de waardeopbouw van de woning is goed te volgen. De WOZ-waarde is daarom niet te hoog vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €412.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.