ECLI:NL:RBZWB:2026:1872
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting 2023
Belanghebbende is eigenaar van een appartement uit 2003 met een gebruikersoppervlakte van 159 m2, inclusief parkeerplaats en berging. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023 bedroeg €344.000. Na een ongegrond verklaard bezwaar is belanghebbende in beroep gegaan tegen deze waarde en de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting.
Tijdens de cluster-zitting op 10 februari 2026 heeft de rechtbank de zaak inhoudelijk beoordeeld. Belanghebbende betwistte de vergelijkbaarheid van een referentiewoning, met name vanwege verschillen in locatie en woningtype, en stelde een lagere waarde voor. De heffingsambtenaar overlegde een taxatiematrix met een waarde van €346.000. De rechtbank oordeelde dat de referentiewoning in hetzelfde appartementencomplex het meest vergelijkbaar is en dat de gehanteerde prijs per vierkante meter een juiste waardebepaling ondersteunt.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Er waren geen formele beroepsgronden en ook geen zelfstandige gronden tegen de aanslag onroerendezaakbelasting. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting 2023 is ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.