Verzoekers ontvingen sinds mei 2023 een bijstandsuitkering van de gemeente Tilburg. Na het verlaten van hun woning in Tilburg per 1 april 2025 verbleven zij op verschillende locaties buiten Tilburg, waaronder een camping en een caravan in een andere gemeente. Het college trok de uitkering per 1 november 2025 in en wees een aanvraag om bijzondere bijstand af, omdat verzoekers hun hoofdverblijf niet meer in Tilburg hadden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het hoofdverblijf van verzoekers niet langer in Tilburg is, waardoor het college terecht de uitkering beëindigt. Echter, intrekking met terugwerkende kracht is niet gerechtvaardigd omdat verzoekers niet tijdig zijn geïnformeerd en het college onvoldoende motiveerde waarom terugwerkende kracht passend is. Ook is geen terugvorderingsbesluit genomen.
De afwijzing van de bijzondere bijstand is onjuist omdat de aanvraag dateert van voor de intrekking en deels betrekking heeft op kosten uit de periode dat verzoekers nog in Tilburg woonden. Het college krijgt de gelegenheid om de gebreken te herstellen via een bestuurlijke lus. Tot slot wordt een voorlopige voorziening getroffen waarbij het college een voorschot op de uitkering moet betalen en proceskosten moet vergoeden.