ECLI:NL:RBZWB:2026:1832

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444748 / FA RK 26-623
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 4 Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging opname en verblijf bij specialistische zorg voor ziekte van Huntington

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, die lijdt aan de ziekte van Huntington, in een gespecialiseerde zorginstelling voor de duur van zes maanden. Betrokkene voelt zich onveilig en ongewenst op de huidige afdeling, maar staat open voor overplaatsing naar een locatie die beter aansluit bij haar ziektebeeld.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan liever terug naar huis te willen, maar erkent dat dit niet mogelijk is. Haar advocaat bevestigde dat betrokkene geen verzet toont tegen de overplaatsing en dat voortzetting van zorg in een vrijwillig kader mogelijk lijkt. De waarnemend behandelaar benadrukte echter het belang van een rechterlijke machtiging om continuïteit en veiligheid van de zorg te waarborgen, mede omdat de nieuwe instelling dit als voorwaarde stelt.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een aandoening die gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening, met ernstig nadeel als gevolg, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor veiligheid. Gezien het dreigende en agressieve gedrag, eerdere escalaties en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, is opname noodzakelijk en geschikt om ernstig nadeel te voorkomen.

De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot en met 13 augustus 2026, zodat betrokkene passende specialistische zorg kan ontvangen in de nieuwe instelling. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging verleend voor opname en verblijf van betrokkene met ziekte van Huntington in gespecialiseerde zorginstelling voor zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444748 / FA RK 26-623
Datum uitspraak: 13 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Yeral;
- mevrouw [persoon] , afdelingarts, waarnemend behandelaar.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat zij zich niet op haar plek voelt op de huidige afdeling en hier niet wil blijven. Zij ervaart de omgeving als onprettig en onveilig en voelt zich hier niet gewenst. Betrokkene is opgelucht dat er een plek voor haar is gevonden bij [zorgcentrum] , een locatie die beter aansluit bij haar ziektebeeld. Hoewel zij het liefste terug naar huis zou willen, beseft zij dat dit niet mogelijk is en dat zij zich moet neerleggen bij wat er is gebeurd. Zij staat open voor een overplaatsing naar [zorgcentrum] en ziet dit als een kans om op een plek te wonen waar zij zich wellicht meer gezien en welkom voelt. Voor betrokkene is het belangrijk dat zij het contact met haar dochters kan behouden en dat zij zich gesteund voelt tijdens de verhuizing.
3.2.
De advocaat stelt tijdens de zitting dat betrokkene geen verzet toont tegen de overplaatsing naar [zorgcentrum] en dat zij deze stap zelf ook wenst. Volgens de advocaat is er daarmee in beginsel ruimte voor voortzetting van de zorg in een vrijwillig kader. Betrokkene is duidelijk ongelukkig op de huidige afdeling en voelt zich daar niet thuis tussen de andere patiënten. Indien een rechterlijke machtiging noodzakelijk is om een plaatsing bij [zorgcentrum] mogelijk te maken, kan de advocaat zich in het belang van betrokkene vinden in de toewijzing van het verzoek. Op die manier kan de overplaatsing per 19 februari a.s. doorgaan zodat betrokkene dan passende zorg kan ontvangen.
3.3.
De waarnemend behandelaar geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene in het verleden zorg en contact met de GGZ heeft geweigerd en zich eerder heeft verzet tegen een plaatsing bij [zorgcentrum] . Hoewel betrokkene nu aangeeft mee te willen werken aan de overplaatsing, is het voor de waarnemend behandelaar onzeker of deze bereidheid blijvend is wanneer het verplichte kader zou wegvallen. De behandelaar acht het daarom noodzakelijk dat de huidige zorgmachtiging wordt omgezet naar een rechterlijke machtiging, mede omdat [zorgcentrum] deze als voorwaarde stelt voor opname. Betrokkene zal daar de specialistische zorg kunnen ontvangen die zij nodig heeft. Die kan haar op de huidige afdeling niet worden geboden. De machtiging biedt een noodzakelijk kader om de overplaatsing veilig en verantwoord te laten verlopen en om continuïteit van zorg te waarborgen mocht betrokkene later alsnog moeite krijgen met de nieuwe situatie.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank zal de gevraagde machtiging verlenen voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een ziekte of aandoening die op grond van artikel 1, vierde lid van de Wet zorg en dwang (Wzd) gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap. Betrokkene heeft namelijk de ziekte van Huntington.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt daarbij in overweging dat betrokkene dreigend en agressief gedrag vertoont, zowel verbaal als fysiek. In de thuissituatie is sprake geweest van ernstige escalaties waarbij zij haar partner en adoptiedochter heeft mishandeld en geïntimideerd. Zij oefende controle uit door haar adoptiedochter te dwingen buiten te eten of geen eten voor haar te kopen en er zijn vechtpartijen geweest waarbij de partner moest ingrijpen. Sinds 2024 is sprake van toenemende psychische en cognitieve problemen die gepaard gaan met duidelijke gedragsveranderingen. Betrokkene handelt impulsief en ontremd met dreiging en fysieke agressie als gevolg. Daarnaast was sprake van alcoholmisbruik en gaf zij zonder overleg grote geldbedragen uit aan goede doelen. Door de ernst van de situatie en de tussenkomst van de GGZ is het contact met haar partner inmiddels verbroken.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Hoewel betrokkene op dit moment aangeeft dat zij zich niet verzet tegen het beoogde verblijf bij [zorgcentrum] lijkt dit vooral voort te vloeien uit haar sterke wens om weg te gaan uit haar huidige instelling, en is er gelet op haar eerdere verzet en weerstand tegen een opname en behandeling onvoldoende vertrouwen dat zij ook in vrijwillig kader zal blijven meewerken aan het verblijf in [zorgcentrum] . Bovendien is volgens de arts een rechterlijke machtiging een voorwaarde voor opname in [zorgcentrum] .
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24 uurs zorg nodig in een instelling die gespecialiseerd is in behandeling voor de ziekte van Huntington.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
13 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 27 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.