Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Het verzoek
3.De standpunten
4.De beoordeling
5.De beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ;
13 augustus 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, die lijdt aan de ziekte van Huntington, in een gespecialiseerde zorginstelling voor de duur van zes maanden. Betrokkene voelt zich onveilig en ongewenst op de huidige afdeling, maar staat open voor overplaatsing naar een locatie die beter aansluit bij haar ziektebeeld.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan liever terug naar huis te willen, maar erkent dat dit niet mogelijk is. Haar advocaat bevestigde dat betrokkene geen verzet toont tegen de overplaatsing en dat voortzetting van zorg in een vrijwillig kader mogelijk lijkt. De waarnemend behandelaar benadrukte echter het belang van een rechterlijke machtiging om continuïteit en veiligheid van de zorg te waarborgen, mede omdat de nieuwe instelling dit als voorwaarde stelt.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een aandoening die gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening, met ernstig nadeel als gevolg, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor veiligheid. Gezien het dreigende en agressieve gedrag, eerdere escalaties en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, is opname noodzakelijk en geschikt om ernstig nadeel te voorkomen.
De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot en met 13 augustus 2026, zodat betrokkene passende specialistische zorg kan ontvangen in de nieuwe instelling. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging verleend voor opname en verblijf van betrokkene met ziekte van Huntington in gespecialiseerde zorginstelling voor zes maanden.