Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
verlenging ondertoezichtstelling en
opheffing ondertoezichtstelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
1.Het verdere verloop van de procedure
- de in deze zaak gegeven beschikking van 30 december 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van mr. M.M.W. Essenstam van 26 januari 2026 met als bijlage een plan van aanpak;
- het op 26 januari 2026 van de GI ontvangen nadere verzoek opheffing ondertoezichtstelling met bijlage;
- het op 12 februari 2026 door de GI ingediende document “wijziging bijzondere voorwaarden” van 30 januari 2026.
- de minderjarige [minderjarige] , ook afzonderlijk gehoord, met zijn advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
2.De feiten
3.De (resterende) verzoeken
4.De (nadere) standpunten
5.De beoordeling
a. de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende worden geaccepteerd door hen worden geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.