Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de op 26 januari 2026 ontvangen brief van [minderjarige 1] ;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie;
- de brief met bijlagen van mr. Hoetjes (waarnemend voor mr. Koningsveld) van 6 februari 2026;
- de brief met bijlage van mr. Koningsveld van 6 februari 2026.
2.De feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2018 te [geboorteplaats] ,
3.De vordering in conventie en reconventie
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat partijen reeds aangemeld zijn bij [hulpverlening] en een hulpverleningstraject voor partijen en de minderjarigen daar ophanden staat. Het is geenszins de bedoeling om met deze verwijzing dit hulpverleningstraject te doorkruisen. De verwijzing is bedoeld om dit hulpverleningstraject binnen het UHA te monitoren.
- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;
- het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.
- de (gezagdragende) ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van het kind;
- het kind en de (gezagdragende) ouders hebben onbelast contact met elkaar;
- er is inzicht in de mogelijkheden/belemmeringen van beide ouders en de hulp die nodig is om een stabiele opvoedsituatie voor het kind te realiseren (binnen de scheidingssituatie);
- de nieuwe gezinssituaties zorgen gezamenlijk voor een goede basis voor de ontwikkeling van het kind.
De resultaten zijn ook vastgelegd in een resultatenlijst. Deze lijst is meegestuurd met de verwijzing op 9 februari 2026.
uiterlijk op na te noemen pro forma datum, of zoveel eerder als mogelijk is, in de hiervoor genoemde
bodemprocedurein te brengen. Op verzoek van het loket en/of de gemeente/toegang kan de rechtbank deze termijn verlengen. Dit verzoek moet gemotiveerd worden gedaan. Als de verlenging wordt toegestaan dan geeft de rechtbank een nieuwe pro forma datum door.
5.De beslissing
10 november 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, in de in de
bodemprocedurebekend onder zaaknummer C/02/443805 FA RK 26-124 de rapportage over het verloop en het resultaat van het (jeugd)hulpverleningstraject ter griffie in te dienen;