ECLI:NL:RBZWB:2026:1791

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
14 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444561 / FA RK 26-526
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Merbel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor betrokkene met psychische stoornissen voor stabilisatie en behandeling

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan meerdere ernstige psychische stoornissen waaronder schizofreniespectrumstoornis en persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene verblijft momenteel in een psychiatrisch ziekenhuis en zal binnenkort begeleid gaan wonen.

Betrokkene en haar advocaat stelden dat zij meewerkend is aan haar behandeling en dat een zorgmachtiging niet langer noodzakelijk is. De arts en begeleidster benadrukten echter dat betrokkene snel ontregelt bij het staken van medicatie en dat verplichte zorg noodzakelijk blijft om ernstige terugval te voorkomen. De arts wees ook op het belang van zorg in het kader van een euthanasietraject.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar stoornissen, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, en dat vrijwillige zorg niet toereikend is vanwege gebrek aan ziekte-inzicht en zorgmijding. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.

De rechtbank kende de zorgmachtiging toe voor een periode van acht maanden, waarmee betrokkene de tijd krijgt om te stabiliseren in begeleid wonen en haar medicatie goed in te stellen. Het verzoek voor een langere duur werd afgewezen. De beschikking is op 11 februari 2026 mondeling gegeven en op 23 februari 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor acht maanden om verplichte zorg en medicatie te waarborgen tijdens begeleid wonen en stabilisatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444561 / FA RK 26-526
Datum uitspraak: 11 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 1] ,
advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon 1] , arts;
  • mevrouw [persoon 2] , begeleidster.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene stelt dat ze zich ziek voelt; ze is duizelig en misselijk. Ze denkt dat dit door de medicatie wordt veroorzaakt. Ook hoort ze nog steeds stemmen. Echter is een zorgmachtiging niet meer nodig, want ze werkt mee aan haar behandeling. Ook heeft ze geleerd van het verleden en zal ze het niet meer zo ver laten komen. Betrokkene gaat binnenkort begeleid wonen in [plaats 2] . Dat vindt ze fijn, want dan woont ze dichter bij haar ouders.
3.2.
Door de advocaat is gesteld dat betrokkene meewerkend is. Ze neemt haar medicatie vrijwillig in en haar situatie is veranderd; ze verblijft niet meer bij haar ouders, maar heeft binnenkort eigen woonruimte. Dit zal helpend voor betrokkene zijn. Het verzoek dient primair dan ook te worden afgewezen. Subsidiair dient het verzoek voor een kortere periode toegewezen te worden.
3.3.
Door de arts is gesteld dat betrokkene meewerkend is en dat het steeds beter met haar gaat. Echter ontregelt betrokkene snel als ze haar medicatie niet neemt. Ze neemt momenteel het sterkste antipsychoticum, maar aan haar bloedwaardes is te zien dat ze net boven de onderwaarde zit. Mede in het kader van haar aangevraagde euthanasietraject zal er geprobeerd worden betrokkene beter in te stellen op de medicatie. Hier gaat veel tijd overheen, omdat dit zorgvuldig moet gebeuren. Ook is hier nauwe opvolging bij nodig. Er kan niet worden geriskeerd dat dit ineens wordt gestopt omdat dit een grote terugval met zich mee zal brengen. De huisarts zal betrokken worden voor de duizeligheid en misselijkheid die betrokkene ervaart. Betrokkene zal binnenkort begeleid gaan wonen en zal begeleiding krijgen van het FACT wat opnieuw een verandering met zich meebrengt. Een zorgmachtiging is dan wel van belang, zodat er gelijk kan worden ingegrepen als het niet goed gaat. De arts wil dat het goed blijft gaan met betrokkene en daarom verzoekt hij het verzoek toe te wijzen voor de verzochte duur, zodat betrokkene de tijd heeft om te stabiliseren binnen begeleid wonen en om stappen te zetten.
3.4.
Door de begeleidster is gesteld dat ze zich aansluit bij wat de arts heeft gezegd.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van acht maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis, een persoonlijkheidsstoornis, overige DSM-5 stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.
4.3.
Deze stoornissen veroorzaken ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene, als ze decompenseert, beangstigende demonen ziet die haar aanvallen en die door middel van imperatieve auditieve hallucinaties opdrachten aan haar geven. Ze kan dan niet anders dan deze opdrachten uit te voeren. Betrokkene heeft hierdoor uiteindelijk haar werk en haar huis verloren. Betrokkene moest door haar ouders aangespoord worden op het vlak van eten, drinken, zelfzorg en hygiëne.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Bij betrokkene is geen sprake van ziektebesef, ziekte-inzicht en probleembesef. Hierbij is betrokkene bekend met zorgmijden en neemt ze de medicatie en volgt ze de behandeling nu alleen in de hoop positief advies te krijgen voor de door haar gewenste euthanasie. In haar optiek doet de medicatie niets en heeft ze geen psychose. Bovendien is betrokkene er van overtuigd dat de nare klachten die ze ervaart, te weten de misselijkheid en duizeligheid, te wijten zijn aan het gebruik van de medicatie hetgeen het risico op het staken van het gebruik daarvan aanzienlijk maakt. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
4.9.
De rechtbank acht een termijn van acht maanden voldoende, zodat betrokkene de tijd heeft om te stabiliseren bij begeleid wonen en om haar goed in te stellen op de medicatie. Hiermee wordt haar tegelijkertijd perspectief geboden. Het resterende deel wordt dan ook afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
11 oktober 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 23 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.