ECLI:NL:RBZWB:2026:1777

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
02-266020-25 en 02-267988-24 (tul)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetArt. 1.1.4 VuurwerkbesluitArt. 2.2.1 VuurwerkbesluitArt. 3.2.1 VuurwerkbesluitArt. 3A.2.1 Vuurwerkbesluit
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor bezit van hennep, amfetamine, wapens en vuurwerk wegens onvoldoende bewijs

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 februari 2026 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van grote hoeveelheden hennep en amfetamine, een pistool, munitie, een steekmes met boksbeugel en vuurwerk. Verdachte was niet verschenen, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw. De officier van justitie achtte het bezit van drugs, een steekmes en vuurwerk wettig en overtuigend bewezen, maar vorderde vrijspraak voor het pistool en de munitie vanwege onvoldoende bewijs van beschikkingsmacht.

De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte wetenschap had van de drugs, wapens en vuurwerk en dat hij daarover beschikkingsmacht uitoefende. De rechtbank oordeelde dat hoewel de genoemde goederen in de woning en berging waren aangetroffen, niet kon worden vastgesteld wanneer deze daar waren geplaatst en of verdachte daarvan op de hoogte was. De vingerafdrukken van verdachte waren alleen op twee gripzakken met hennep gevonden, die eenvoudig overdraagbaar zijn en ook door anderen in de woning konden zijn geplaatst.

Daarnaast waren er meerdere andere personen aanwezig in de woning, waaronder medeverdachte 1 die een onbetrouwbare identificatie van verdachte gaf. De rechtbank vond dat de herkenning niet bruikbaar was als bewijs dat verdachte de huurder was van de woning. Gezien deze omstandigheden kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten had gepleegd, waarna hij werd vrijgesproken.

De rechtbank wees tevens de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf af, omdat de ten laste gelegde feiten waren gepleegd voor de ingang van de proeftijd en verdachte werd vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bezit en beschikkingsmacht over de drugs, wapens en vuurwerk.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-266020-25 en 02-267988-24 (tul)
Vonnis van de meervoudige kamer van 27 februari 2026
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
raadsvrouw mr. C.R. Pirone, advocaat te Rijen.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 februari 2026. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie mr. E.A. Kool en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Eveneens is de vordering tot tenuitvoerlegging met bovengenoemd parketnummer behandeld.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 3 januari tot en met 3 april 2023 7.569,3 gram hennep, 2.191 gram amfetamine, een pistool, zeven kogelpatronen, een steekmes met boksbeugel, twee cobra's 6 en een shell in zijn bezit had.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 7.569,3 gram hennep, 2.191 gram amfetamine, een steekmes met boksbeugel, twee cobra's 6 en een shell in zijn bezit had. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het voorhanden hebben van het pistool en de zeven kogelpatronen nu niet vaststaat dat verdachte daarover beschikkingsmacht had.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten. Er is onvoldoende bewijs om vast te stellen dat verdachte wetenschap had van de drugs, de wapens en munitie en het vuurwerk, en daarover beschikkingsmacht uitoefende. De vingerafdruk van verdachte is aangetroffen op twee verplaatsbare objecten zonder tijdsaanduiding, er is sprake van een tegenstrijdige en onbetrouwbare identificatie door [medeverdachte 1] en de verklaring van [medeverdachte 2] is mogelijk van horen zeggen.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
Op basis van het dossier staat vast dat op 3 april 2023 in [plaats] de op de tenlastelegging genoemde soft- en harddrugs, het steekmes met boksbeugel, het vuurwapen, de munitie en het vuurwerk zijn aangetroffen in de woning aan [adres] en/of de bijbehorende externe berging. Niet is echter vast te stellen wanneer deze goederen in de woning of berging terecht zijn gekomen en of verdachte daarbij een rol heeft gespeeld en/of wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van een of meer van die goederen. Verdachte is alleen te linken aan twee gripzakken met hennep waarop vingerafdrukken van hem zijn aangetroffen. Dat zijn echter eenvoudig overdraagbare en verplaatsbare objecten, die ook door tussenkomst van een ander in de woning terecht kunnen zijn gekomen. Daarnaast zijn op die gripzakken ook vingerafdrukken van meerdere andere personen aangetroffen.
Op 3 april 2023 waren in ieder geval drie andere personen dan verdachte in de woning aanwezig, naar eigen zeggen om de woning op te ruimen. Een van hen, [medeverdachte 1], heeft alleen dezelfde voornaam als die van verdachte genoemd als onderhandse huurder van de woning. Op de achternaam van verdachte sloeg [medeverdachte 1] op 25 maart 2025 niet aan, terwijl het wel om een klant in zijn motorzaak zou gaan die twee motoren zou hebben. Van het bezit van een of meerdere motoren door verdachte blijkt overigens niet uit het dossier.
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de herkenning van verdachte door [medeverdachte 1] niet bruikbaar is voor het bewijs dat verdachte de huurder was van de woning nu die herkenning plaatsvond op basis van een pas op 29 juli 2025 uitgevoerde enkelvoudige fotoconfrontatie met alleen een foto van verdachte. Bovendien heeft [medeverdachte 1] later in hetzelfde verhoor op Facebook gezocht naar de door hem bedoelde persoon, waarna hij de politie een Facebookaccount toonde van een persoon met slechts dezelfde voornaam als verdachte, maar een andere achternaam, en een foto die niet op de foto van verdachte lijkt.
Gelet op de bovenstaande overwegingen kan naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

5.De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van deze rechtbank van 11 februari 2025 (parketnummer 02-267988-24) af te wijzen nu de ten laste gelegde feiten zijn gepleegd voor de ingang van de proeftijd.
Nu verdachte wordt vrijgesproken, wijst de rechtbank vordering tot tenuitvoerlegging af.

6.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan de ten laste gelegde feiten;
Vordering tenuitvoerlegging
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, en mr. T.M. Brouwer en mr. R.J.H. de Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.M. van de Vrede, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 27 februari 2026.
De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
feit 1hij in de periode van 3 januari 2023 tot en met 3 april 2023 te [plaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 7.569,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2hij in de periode van 3 januari 2023 tot en met 3 april 2023 te [plaats], althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2191 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3hij in de periode van 3 januari 2023 tot en met 3 april 2023 te [plaats], althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Astra, kaliber 6,35 mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;
feit 4hij in de periode van 3 januari 2023 tot en met 3 april 2023 te [plaats], althans in Nederland, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 7 kogelpatronen van het kaliber 6,35 mm voorhanden heeft gehad;
feit 5hij in de periode van 3 januari 2023 tot en met 3 april 2023 te [plaats], althans in Nederland, een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een steekmes met boksbeugel voorhanden heeft gehad;
feit 6hij in de periode van 3 januari 2023 tot en met 3 april 2023 te [plaats], althans in Nederland, al dan niet opzettelijk vuurwerk, te weten een of meerdere, te weten twee cobra's 6 en/of een shell, buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 van het Vuurwerkbesluit, voorhanden heeft gehad.