ECLI:NL:RBZWB:2026:1769
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening schorsing invordering kindgebonden budget
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de invordering van het kindgebonden budget over 2023 en 2024. De Dienst Toeslagen had een bedrag teruggevorderd en het verzoek tot herziening afgewezen, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op grond van de spoedeisendheid en constateerde dat de Dienst Toeslagen op 11 februari 2026 had toegezegd uitstel van betaling te verlenen gedurende de beroepsfase en eventueel hoger beroep. Hierdoor zijn kosten van aanmaningen en dwangbevelen vervallen en worden invorderingsmaatregelen pas hervat na afloop van de procedure.
Gezien deze toezegging is het spoedeisend belang van verzoekster komen te vervallen. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en is het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de invordering is opgeschort zolang de procedure loopt.