Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
Feit 2:[slachtoffer 1] heeft bedreigd;
Feit 3:[slachtoffer 1] heeft beledigd.
Feit 2:de plaats van het ongeval heeft verlaten terwijl hij wist of kon vermoeden dat [slachtoffer 2] letsel en/of schade had door dat ongeval.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- meermaals te bellen en daarbij te zeggen ‘ik ga je doodmaken’ en ‘kankerhoer’ met het oogmerk die [slachtoffer 1] vrees aan te jagen;
- haar (telefonisch) toe te voegen "ik ga je doodmaken";
heeft beledigd door haar de woorden toe te voegen: "kankerhoer";
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.Beslissing
een gevangenisstraf van 309 dagen;
terbeschikkingstellingvan verdachte,
met verplegingvan overheidswege;
de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr;
[slachtoffer 2]van
€ 1.000, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 21 mei 2025 tot aan de dag der voldoening;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten 60 dagen gevangenisstraf.
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 6 januari 2025 tot en met 11 februari 2025 te [plaats], althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door voornoemde [slachtoffer 1]
- fysiek op te zoeken en/of zich in de nabijheid van voornoemde [slachtoffer 1] te bevinden en/of haar toe te voegen ‘kom praten’ en/of gebaren te maken en/of
- meermaals te bellen en/of daarbij te zeggen ‘ik ga je doodmaken’ en ‘kankerhoer’ althans woorden van gelijke aard en/of strekking
met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 6 januari 2025 tot en met 6 februari 2025 te [plaats] althans in Nederland [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door
- een snijdende beweging langs zijn hals te maken en/of
- haar (telefonisch) toe te voegen "ik ga je doodmaken" althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
heeft beledigd door haar de woorden toe te voegen: "kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
( art 266 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
hij op of omstreeks 21 mei 2025 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een auto tegen de fiets, waarop voornoemde [slachtoffer 2] fietste, is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
(art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in [plaats] op/aan [plein], op of omstreeks 21 mei 2025 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer 2] ) letsel en/of schade was toegebracht;
(art 7 lid 1 ahf Pro/ond a Wegenverkeerswet 1994, art 7 lid 1 ahf Pro/ond b Wegenverkeerswet 1994)