Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
1.Het verloop van de procedure
- de stelbrief van mr. Möller van 10 december 2025;
- de brief van de GI van 28 januari 2026.
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn waarnemend advocaat mr. I.A.C. Cools;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordigster van de G.
2.De feiten
- in de oneven weken verblijft [minderjarige] bij vader en in de even weken bij moeder, waarbij het wisselmoment plaatsvindt op maandag en de ouder waar [minderjarige] op maandagochtend verblijft hem naar het kinderdagverblijf/ school brengt en de andere ouder [minderjarige] hem daar in de middag weer ophaalt;
- wanneer het wisselmoment niet op school/kinderdagverblijf kan plaatsvinden dan zal het wisselmoment plaatsvinden op een neutrale plaats, eventueel door een derde;
- dat de vrouw voor iedere keer dat zij weigert mee te werken aan de regeling zoals deze hiervoor bepaald, aan de man een dwangsom verbeurt van € 250,- met een maximum van € 5.000,-;
- uitvoerbaar bij voorraad.
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.