Uitspraak
1.Het (verdere) verloop van de procedure(s)
- de in deze zaak gegeven beschikking van 26 augustus 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- de e-mailberichten van de Raad van 5 december 2025 en 9 januari 2026;
- het bericht met bijlagen van de GI van 12 januari 2026;
- het bericht van de GI van 19 januari 2026, inhoudende het verzoek om de zitting te verplaatsen;
- het raadsrapport van 22 januari 2026, ingekomen bij de griffie op 23 januari 2026;
- de brief van mr. Möller van 21 januari 2026, ingekomen bij de griffie op 27 januari 2026;
- de brief van mr. Dekker met bijlagen van 29 januari 2026, ingekomen bij de griffie op 30 januari 2026.
2.De feiten
3.Het verslag van de GI, het advies van de Raad en de reacties van de ouders
verslag van de GI van 23 januari 2026. De GI concludeert, samengevat, als volgt.
het raadsrapport van 22 januari 2026, waarin de Raad, samengevat, als volgt adviseert.
4.De (resterende) verzoeken
5.Het (nadere) standpunt van de GI
6.Het (nadere) standpunt van belanghebbenden en het advies van de Raad
7.De beoordeling
5 november 2026 PRO FORMAvan de
advocaten van de oudersdat zij de kinderrechter informeren over hun verhinderdata voor de maand december 2026, zodat in die periode een zitting kan worden gepland om het resterende deel van het verzoek te bespreken.
de GIdat zij haar
uiterlijk twee weken vóórde nader te bepalen zitting in december 2026 schriftelijk, een en ander onder gelijktijdige verzending daarvan aan de advocaten van de ouders, onderbouwd met stukken informeert over:
de advocaten van de oudersdat zij
uiterlijk twee dagen vóórde te bepalen zitting in december 2026 schriftelijk reageren op de verslaglegging van de GI, zoals hiervoor in rechtsoverweging 7.20 is overwogen.
8.De beslissing
5 november 2026 PRO FORMA, in afwachting van de verhinderdata van de advocaten van de ouders, waarna een nieuwe zitting zal worden gepland in december 2026 en de GI
uiterlijk twee weken vóórdie zitting de kinderrechter in een schriftelijk verslag informeert over de stand van zaken en de advocaten van de ouders daarop reageren, zoals overwogen in rechtsoverwegingen 7.19 tot en met 7.21;
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.