ECLI:NL:RBZWB:2026:1721

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
25/5160
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin zijn bezwaar ongegrond werd verklaard. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV op 12 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen, waarmee het UWV aan het beroep van verzoeker tegemoet is gekomen.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop het UWV geen verzet heeft aangetekend. De rechtbank beoordeelt dat het UWV geheel aan verzoeker is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe.

De proceskostenvergoeding is vastgesteld op € 934,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de rechtsbijstand door een gemachtigde. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.

De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 13 maart 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5160

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. M. Ouwerkerk-Hoogendonk),
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 21 augustus 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 12 november 2025 dit besluit heeft vervangen door een gewijzigde beslissing op bezwaar.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat het zich niet verzet tegen een veroordeling in de proceskosten.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 26 september 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. Het UWV heeft op 12 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet UWV aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen.
6. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan op 13 maart 2026 door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.E. Strijbos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.