ECLI:NL:RBZWB:2026:1717

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
25/5130
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens gewijzigd UWV-besluit

Verzoeker stelde beroep in tegen een besluit van het UWV van 31 oktober 2024. Na het indienen van het beroep wijzigde het UWV het besluit op 6 november 2025, waarna verzoeker het beroep introk.

De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoeker om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten. Het UWV stemde in met vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen door het besluit te wijzigen, waardoor het beroep werd ingetrokken. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelde het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten, exclusief het griffierecht van € 53,- dat verzoeker rechtstreeks bij het UWV moet claimen.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 13 maart 2026 door rechter R.P. Broeders.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker na wijziging van het besluit en intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5130

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 31 oktober 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 6 november 2025 een gewijzigd besluit heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat het akkoord gaat met het vergoeden van de gemaakte proceskosten.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskosten toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 10 oktober 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 31 oktober 2024. Het UWV heeft op 6 november dit besluit gewijzigd. Hiermee is het UWV naar het oordeel van de rechtbank tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen.
6. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. Verzoeker heeft recht op 1 punt voor het beroepschrift, met een waarde van € 934,-.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door de verzoeker verschuldigde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan op 13 maart 2026 door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.E. Strijbos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).