ECLI:NL:RBZWB:2026:1717
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens gewijzigd UWV-besluit
Verzoeker stelde beroep in tegen een besluit van het UWV van 31 oktober 2024. Na het indienen van het beroep wijzigde het UWV het besluit op 6 november 2025, waarna verzoeker het beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoeker om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten. Het UWV stemde in met vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen door het besluit te wijzigen, waardoor het beroep werd ingetrokken. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelde het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten, exclusief het griffierecht van € 53,- dat verzoeker rechtstreeks bij het UWV moet claimen.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 13 maart 2026 door rechter R.P. Broeders.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker na wijziging van het besluit en intrekking van het beroep.