Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te Waarde op 16 maart 2024. Betrokkene stelde in beroep dat hij geen mobiel apparaat vasthield, maar mogelijk shag draaide en altijd een carkit gebruikte. Er was geen foto van de overtreding en betrokkene werd niet staande gehouden.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 2 januari 2026 werd het standpunt van betrokkene en de verklaring van de verbalisant besproken. De verbalisant had een concrete en op ambtsbelofte gebaseerde verklaring afgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de overtreding, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel rechtvaardigen. De aangevoerde omstandigheden, zoals het vasthouden van shag en het gebruik van een carkit, waren onvoldoende om de verklaring te betwijfelen. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.