De huurder huurt sinds 1 maart 2023 een woning van de verhuurder. Vanaf augustus 2025 is de huurder gestopt met het volledig betalen van de huur, waardoor een achterstand van €6.470,25 is ontstaan tot en met maart 2026. Daarnaast is er sprake van drugsoverlast vanuit de woning, waarbij de politie grote hoeveelheden drugs heeft gevonden en de gemeente sluiting overweegt.
De verhuurder vordert ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. De huurder erkent de achterstand en licht toe dat persoonlijke omstandigheden en verslavingsproblematiek hem belemmeren om te betalen. Hij krijgt hulp en er is een aanvraag voor budgetbeheer en uitkering gedaan.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand en drugsoverlast een tekortkoming vormen die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen. Gezien het ontbreken van concreet zicht op verbetering en het spoedeisend belang van de verhuurder, wordt de ontruiming toegewezen met een termijn van veertien dagen. De huurder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur en proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen vanwege onjuiste aanmaning.