Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het inrijden tegen de verplichte rijrichting op een eenrichtingsweg in Tilburg op 16 december 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting was de officier van justitie niet aanwezig en betrokkene verscheen eveneens niet. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant, die voldoende grondslag bood voor de vaststelling van de overtreding. Betrokkene voerde aan dat ten onrechte twee boetes zijn opgelegd en dat het onredelijk was dat binnen drie minuten drie sanctiebeschikkingen werden opgelegd.
De kantonrechter vond geen reden om aan de juistheid van de verbalisant te twijfelen, maar achtte de omstandigheden van betrokkene wel aanleiding om de boete te matigen. De boete werd gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot nihil met terugbetaling van zekerheidstelling.