ECLI:NL:RBZWB:2026:1670

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/02/436422 / HA ZA 25-347 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Stoof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling bospercelen en boswoning na nalatenschap met geschil over gebruik en kosten

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een civiele zaak over de verdeling van bospercelen en een boswoning die deel uitmaken van een nalatenschap van overleden ouders. De vijf erfgenamen, kinderen van de overledenen, waren het oneens over de verdeling en het gebruik van de percelen, met name over het uitsluitend gebruiksrecht van de boswoning door één erfgenaam en de kosten die daarmee gemoeid zijn.

De ouders waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hadden testamentair bepaald dat de nalatenschap gelijk verdeeld zou worden. De bospercelen en een stenen schuur, die als recreatiewoning werd gebruikt zonder officiële bestemmingsplanwijziging, vormden het onderwerp van het geschil. Eén erfgenaam bewoonde de boswoning sinds september 2022 en wilde alle percelen in eigendom verkrijgen, wat tot verstoorde verhoudingen leidde.

De rechtbank kende het uitsluitend gebruiksrecht van de bospercelen en boswoning toe aan deze erfgenaam tot het moment van eigendomsoverdracht of verkoop aan een derde. De bospercelen en boswoning werden aan hem toegewezen onder voorwaarden, waaronder het betalen van notariskosten en verrekening van kosten verbonden aan het vergunningstraject. De rechtbank bepaalde ook dat de overige erfgenamen hun aandeel in de vergunningkosten aan hem moeten voldoen. Verder werd een gebruiksvergoeding vastgesteld vanaf het moment van bewoning, en werd de erfgenaam veroordeeld tot betaling van eigenaars- en gebruikerslasten. De verkoop van de percelen aan een derde werd geregeld voor het geval de aankoop niet gefinancierd kon worden. Proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.

Uitkomst: De rechtbank deelt de bospercelen en boswoning toe aan de bewonende erfgenaam met toekenning van uitsluitend gebruiksrecht en regelt kostenverdeling en verkoopprocedure bij niet-financiering.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/436422 / HA ZA 25-347
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van

1.[persoon 1] ook in zijn hoedanigheid van

executeur/afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van [erflater] en
[erflaatster],
wonende te [plaats 1] ,
2.
[persoon 2],
wonende te [plaats 2] ,
3.
[persoon 3],
wonende te [plaats 3] , Duitsland,
eisende partij in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna afzonderlijk te noemen: [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] ,
gezamenlijk aangeduid als: [personen 1,2 en 3] ,
advocaat: mr. W.H.P. de Jongh,
tegen

1.[persoon 4] ,

wonende te [plaats 4] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [persoon 4] ,
advocaat: mr. K. van Doorn.

2.[persoon 5] ,

wonende te [plaats 5] ,
gedaagde partij in conventie,
hierna te noemen: [persoon 5] ,
advocaat: onttrokken.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 10 september 2025 en de daarin genoemde stukken,
– de conclusie van antwoord in reconventie met producties 14 tot en met 25,
– de akte overlegging producties 13 tot en met 59 van [persoon 4] ,
– de akte wijziging van eis van [personen 1,2 en 3] ,
– de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen
zijn gemaakt,
– de aanvullende stukken van [persoon 4] , zoals besproken op de mondelinge behandeling.
1.2.
Na het instellen van de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie heeft
mr. M.C.J.G. Kathmann zich als advocaat van [persoon 4] en [persoon 5] onttrokken. Er heeft zich nadien geen nieuwe advocaat namens [persoon 5] gesteld in de procedure. [persoon 4] heeft als gevolmachtigde van [persoon 5] namens haar het woord gevoerd tijdens de mondelinge behandeling op 27 januari 2026.
1.3.
Op de mondelinge behandeling van 27 januari 2026 hebben partijen hun geschillen op onderdelen beslecht.
1.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn de vijf nog in leven zijnde kinderen van de heer [erflater] en mevrouw [erflaatster] . Vader is overleden op [datum 1] 2017. Moeder is overleden op [datum 2] 2020.
2.2.
De ouders van partijen zijn in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd geweest. Tot die gemeenschap hebben, onder meer, een aantal percelen bosgrond behoord. Daaronder het perceel met een stenen (agrarische) schuur c.a., kadastraal bekend [plaats 2] [sectie] [perceel] c.a. De stenen schuur is in de jaren ’70 in gebruik genomen als recreatiewoning.
2.3.
De ouders van partijen hebben bij testament, beide verleden op 13 februari 2017, over hun nalatenschap beschikt. Zij hebben in hun testament over en weer elkaar voor 1/100 gedeelte en hun kinderen c.q. partijen gezamenlijk, ieder voor gelijke delen, voor het resterende gedeelte benoemd tot erfgenamen van hun nalatenschap. Ten laste van de erfgenamen hebben zij in hun testament hun (onverdeelde) aandeel in de bospercelen en een bedrag van € 50.000,00 ten behoeve van het onderhoud van die percelen gelegateerd aan partijen gezamenlijk, ieder voor gelijke delen. [persoon 1] is benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschappen.
2.4.
Partijen hebben de legaten aanvaard en de eigendom van de bospercelen overgedragen gekregen. Het bedrag van € 50.000,00 is onder partijen verdeeld.
2.5.
Het gebruik van de stenen schuur als recreatiewoning op [perceel] is nooit opgenomen in de vastgestelde bestemmingsplannen. Daarom rust op [perceel] nog steeds de bestemming ‘Bos’, waarbinnen geen gebouwen/bouwwerken zijn toegestaan. Op 29 juni 2022 heeft [persoon 4] bij de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd voor het legaliseren van de stenen schuur als recreatiewoning (hierna: de boswoning).
2.6.
Vanaf september 2022 is [persoon 4] de boswoning gaan bewonen samen met zijn nieuwe partner, thans echtgenote, en haar zoon.
2.7.
Het is de wens van [persoon 4] om alle bospercelen (inclusief de boswoning) geheel in eigendom te verkrijgen. Partijen hebben daarover overleg gevoerd, maar dit heeft niet tot een algehele overdracht van de percelen door [persoon 4] geleid. De verhoudingen tussen partijen zijn verstoord geraakt. [personen 1,2 en 3] willen een einde maken aan de onverdeeldheid voor wat betreft de bospercelen. Daarom zijn zij bij dagvaarding van 4 juni 2025 de onderhavige verdelingsprocedure gestart.

3.Het geschil

In conventie
3.1.
[persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] vorderen samengevat:
I. verdeling van de in randnummer 15 van de dagvaarding opgesomde onroerende zaken te gelasten op de wijze zoals is neergelegd in nummer 29 van deze dagvaarding; en om [persoon 4] te veroordelen om:
II. een bedrag van € 10.000,00 en van € 3.994,48 aan de gemeenschap van bospercelen te voldoen;
III. alle eigenaars- en gebruikerslasten van de bospercelen tot aan de datum van de verkoop en levering van de betreffende percelen voor zijn rekening te nemen;
IV. met ingang van 1 september 2022 een gebruiksvergoeding ter hoogte van een door de rechtbank te benoemen makelaar vast te stellen marktconforme huur met ingang van 1 september 2022 tot aan de datum waarop [persoon 4] de woning heeft verlaten;
V. de bospercelen en de daarop staande woning twee weken voorafgaand aan de goederenrechtelijke levering te hebben verlaten en ontruimd en achter te hebben gelaten in schone staat en in de staat zoals deze was per 1 september 2022, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag;
VI. de kosten van de procedure te betalen.
3.2.
[persoon 4] en [persoon 5] voeren verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
In reconventie
3.4.
[persoon 4] en [persoon 5] vorderen samengevat:
I. het uitsluitend gebruiksrecht van de bospercelen en het boshuis aan [persoon 4] toe te
kennen;
II. de verdeling van gemeenschap van bospercelen en het boshuis vast te stellen, dan wel de wijze van verdeling te gelasten, waarbij de percelen bosgrond en het boshuis aan [persoon 4] worden toegedeeld onder de volgende voorwaarden:
- de bospercelen en het boshuis worden binnen één maand na de datum van het vonnis
door [taxateur] van [makelaar] B.V. getaxeerd;
  • door de taxateur wordt bij de waardebepaling van het boshuis geen rekening gehouden met een mogelijk toekomstige bestemmingswijziging, zodat het boshuis een stenen schuur is en geen recreatiewoning;
  • [persoon 4] , binnen drie maanden na de datum van het vonnis dient aan te tonen dat hij in staat is om gelijktijdig met de toedeling / notariële levering van de bospercelen bosgrond en het boshuis aan hem - de aandelen van [persoon 5] , [persoon 3] , [persoon 2] en [persoon 1] in de overwaarde van de bospercelen bosgrond en het boshuis aan [persoon 5] , [persoon 3] , [persoon 2] en [persoon 1] uit te betalen;
  • de bospercelen en het boshuis, binnen vier maanden na de datum van het vonnis aan [persoon 4] worden toegedeeld / notarieel geleverd;
  • [persoon 4] een notaris de opdracht dient te geven de akte van verdeling op te stellen;
  • ieder van partijen op verzoek van de notaris een volmacht voor de toedeling /
notariële levering van de bospercelen en het boshuis aan [persoon 4] dient te ondertekenen;
- de taxatiekosten en de notariskosten door ieder van partijen voor gelijke delen, dus
ieder voor 1/5, worden betaald en gedragen;
  • de overwaarde van de bospercelen en het boshuis tussen partijen gelijkelijk wordt verdeeld;
  • [persoon 4] , voorafgaand aan de toedeling / notariële levering van de bospercelen en het boshuis aan hem, de aandelen van [persoon 5] , [persoon 3] , [persoon 2] en [persoon 1] in de overwaarde overmaakt op de derdengeldenrekening van de notaris;
  • [persoon 5] , [persoon 3] , [persoon 2] en [persoon 1] ieder hun aandeel, 1/5 per persoon, in de alle door
[persoon 4] betaalde kosten voor bestemmingswijziging van het boshuis, begroot op ten
minste (€ 25.000,00 : 2 =) € 5.000,00 per persoon, gelijktijdig met de toedeling /
notariële levering van de percelen bosgrond en het boshuis aan [persoon 4] , aan [persoon 4]
voldoen door verrekening met hun aandelen in de overwaarde van de bospercelen en het boshuis;
III. en daarbij te bepalen dat, voor het geval [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] niet binnen één maand na de datum van het vonnis meewerken aan de toedeling / notariële levering van de bospercelen en het boshuis aan [persoon 4] :
  • primair het vonnis van de rechtbank in de plaats komt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] ,
  • subsidiair zij een dwangsom verbeuren van € 500,00 per dag,
IV. met veroordeling van [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] te veroordelen in de proceskosten, de nakosten en de wettelijke rente daarover.
3.5.
[persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] voeren verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Beide partijen vragen de rechtbank in deze procedure de verdeling van de bospercelen (inclusief boswoning) zoals omschreven in de testamenten van de ouders van partijen vast te stellen, althans de wijze van verdeling van die percelen te gelasten. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen in dat kader de navolgende afspraken gemaakt:
1. Partijen wachten het verlenen van de vergunning af. In de tussenliggende periode zal
[persoon 4] [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] op de hoogte houden van de stand van zaken en het
verloop van het vergunningstraject.
2. Als de vergunning wordt verleend, zal ieder van partijen binnen één week na de datum
waarop de vergunning is verleend, op eigen kosten, een NVM-erkende taxateur opdracht
geven om de in het geding zijnde bospercelen te taxeren en binnen vier weken het
taxatierapport beschikbaar te hebben. Partijen zullen niet bij de taxatieopnames aanwezig
zijn. De taxatiewaarde van de percelen is het gemiddelde van de twee taxatiewaarden.
3. Binnen twee maanden nadat de laatste taxatie bekend is geworden, zal [persoon 4] aantonen
of hij de aankoop van de percelen kan financieren:
- als [persoon 4] de aankoop van de percelen kan financieren, dan zullen de percelen aan [persoon 4]
worden overgedragen tegen de getaxeerde waarde;
- de overdracht aan [persoon 4] zal uiterlijk één maand na voornoemde mededeling
plaatsvinden;
- als [persoon 4] de aankoop van de percelen niet kan financieren, dan worden alle percelen
aan (een) derde(n) verkocht.
4. [persoon 4] zal voor het verkrijgen van de financiering geen gebruik maken van het erfdeel
van [persoon 5] .
op welke vorderingen moet de rechtbank nog beslissen?
artikel 3:300 BW Pro, volmacht en dwangsommen
4.2.
Vooropgesteld wordt dat partijen ter zitting hebben toegezegd dat zij aan de beslissing van de rechtbank uitvoering zullen geven en in dat kader medewerking zullen verlenen aan de benodigde (rechts)handelingen. Dit betekent dat de vorderingen van partijen die strekken tot naleving van het vonnis worden afgewezen , omdat enig belang bij toewijzing daarvan ontbreekt.
uitsluitend gebruiksrecht
4.3.
Op dit moment bewoont [persoon 4] de boswoning. [persoon 4] en [persoon 5] vorderen dat het uitsluitend gebruiksrecht van de bospercelen en de boswoning aan [persoon 4] wordt toegekend – naar de rechtbank begrijpt – tot het moment dat de percelen geheel aan [persoon 4] in eigendom zijn overgedragen dan wel tot het moment dat hij de percelen en de boswoning zal moeten verlaten, omdat deze aan een derde zijn verkocht. Partijen voeren hierover geen discussie (meer). Deze vordering wordt daarom toegewezen.
in de situatie dat de bospercelen (inclusief boswoning) aan [persoon 4] worden overgedragen:
4.4.
De overige vorderingen van [persoon 4] en [persoon 5] zijn gericht op de situatie dat [persoon 4] de aankoop van de bospercelen kan financieren en de percelen daarom geheel aan [persoon 4] in eigendom worden overgedragen. Als die situatie zich voordoet betekent dat, dat de rechtbank – rekening houdend met de tussen partijen gemaakte afspraken – nog op de navolgende vorderingen van [persoon 4] en [persoon 5] moet beslissen. De rechtbank zal daarom eerst deze vorderingen beoordelen.
toedeling bospercelen en de boswoning aan [persoon 4]
4.5.
Gelet op de tussen partijen gemaakte afspraken zal de rechtbank overeenkomstig de vordering van [persoon 4] en [persoon 5] , de bospercelen en de boswoning aan [persoon 4] toedelen.
opdracht tot opstellen akte van verdeling
4.6.
Overeenkomstig de vordering van [persoon 4] en [persoon 5] zal de rechtbank bepalen dat [persoon 4] een notaris opdracht geeft tot het opstellen van de akte van verdeling. Partijen voeren hierover geen discussie.
notariskosten
4.7.
[persoon 4] en [persoon 5] vorderen te bepalen dat de notariskosten verbonden aan de eigendomsoverdracht van de bospercelen worden betaald door ieder van partijen, voor gelijke delen. Deze vordering wordt afgewezen. In de situatie dat [persoon 4] de bospercelen geheel in eigendom overgedragen krijgt, heeft hij het grootste belang bij een correcte juridische overdracht en registratie van zijn eigendom. [persoon 4] mag daarvoor een notaris uitkiezen. Deze kosten koper komen daarom voor rekening van [persoon 4] . De rechtbank zal daarom bepalen dat [persoon 4] deze kosten moet betalen.
overwaarde
4.8.
Partijen zijn het erover eens dat de overwaarde van de bospercelen tussen ieder van hen gelijk moet worden verdeeld. [persoon 4] en [persoon 5] vorderen te bepalen dat [persoon 4] ieders aandeel in de overwaarde op de derdengeldenrekening van de notaris moet overmaken. Dit betreft een standaardprocedure en kan daarom worden toegewezen. De rechtbank zal bepalen dat [persoon 4] ook de notariskosten verbonden aan de eigendomsoverdracht van de percelen aan hem naar de derdengeldenrekening van de notaris moet overmaken.
4.9.
[persoon 4] stelt dat de kosten verbonden aan het vergunningstraject die hij al heeft betaald en de kosten die hij in dat kader nog zal moeten betalen, door partijen, ieder voor gelijke delen, gedragen moeten worden. Gevorderd wordt te bepalen dat [persoon 5] en [personen 1,2 en 3] hun aandeel in deze kosten aan [persoon 4] voldoen door deze te verrekenen met hun aandeel in de overwaarde van de bospercelen.
4.10.
Ter zitting is komen vast te staan dat de kosten verbonden aan het vergunningstraject maximaal € 12.000,00 bedragen. [personen 1,2 en 3] hebben niet weersproken dat de kosten tot een bedrag van € 6.000,00 door partijen, ieder voor gelijke delen, gedragen moeten worden. Niet ter discussie staat dat [persoon 3] ter zake al een bedrag van € 2.000,00 heeft betaald.
4.11.
[persoon 4] stelt dat de gemeente na de vergunningverlening nog een investering verlangt van € 6.000,00 voor de aanleg van een groenvoorziening en dat daarom ook dit bedrag door partijen, ieder voor gelijke delen, gedragen moet worden. [personen 1,2 en 3] weerspreken dit. Zij stellen dat [persoon 4] bomen rondom de boswoning heeft gekapt, waardoor de woning niet langer aan het zicht is onttrokken en dat, omdat de boswoning in een zogenaamde groene mantel ligt, de gemeente heeft verlangd dat een groenvoorziening wordt aangelegd. Zij menen daarom dat de kosten voor de aanleg van de groenvoorziening uitsluitend voor rekening van [persoon 4] moeten komen.
4.12.
[persoon 4] betwist dat de gemeente de aanleg van een groenvoorziening verlangt, omdat hij bomen op [perceel] heeft gekapt. Voor de kap was geen vergunning nodig. Bovendien – zo stelt [persoon 4] – heeft [persoon 1] de meeste bomen op het perceel gekapt.
4.13.
[personen 1,2 en 3] . voeren een bevrijdend verweer. Op [personen 1,2 en 3] rust daarom de stelplicht en bij voldoende betwisting de bewijslast van hun stelling dat de gemeente de aanleg van een groenvoorziening verlangt, omdat [persoon 4] bomen op [perceel] heeft gekapt. De rechtbank is van oordeel dat [personen 1,2 en 3] hun stelling onvoldoende hebben onderbouwd in het licht van de betwisting door [persoon 4] . Geconcludeerd wordt daarom dat ook de kosten voor de aanleg van een groenvoorziening door partijen, ieder voor gelijke delen, gedragen moeten worden. De rechtbank zal bepalen dat [persoon 5] en [personen 1,2 en 3] hun aandeel in de kosten verbonden aan het vergunningstraject, zijnde een bedrag van in totaal € 12.000,00, aan [persoon 4] moeten voldoen door deze te verrekenen met hun aandeel in de overwaarde van de bospercelen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat [persoon 3] al een bedrag van
€ 2.000,00 heeft betaald.
in de situatie dat de bospercelen (inclusief boswoning) niet aan [persoon 4] worden toegedeeld:
4.14.
Als [persoon 4] de aankoop van de bospercelen niet kan financieren, dan worden de percelen overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraken te koop aangeboden aan een derde. Als die situatie zich voordoet, moet de rechtbank – rekening houdend met de tussen partijen gemaakte afspraken – nog op de navolgende vorderingen beslissen. Dat zijn de vorderingen van [personen 1,2 en 3] , na wijziging van eis.
4.15.
[persoon 4] en [persoon 5] hebben vorderingen ingesteld onder de voorwaarde dat de vordering van [personen 1,2 en 3] tot verdeling van de bospercelen op de in de dagvaarding genoemde wijze (gedeeltelijk) wordt toegewezen. Uit het hiernavolgende zal blijken dat deze voorwaarde in vervulling gaat. De betreffende vorderingen van [persoon 4] en [persoon 5] worden daarom als ingesteld beschouwd en zullen daarom in de hiernavolgende beoordeling worden meegenomen.
verkoop bospercelen (inclusief boswoning)
4.16.
[personen 1,2 en 3] vorderen dat de rechtbank gelast dat alle bospercelen binnen 8 dagen na de datum van dit vonnis te koop worden aangeboden tegen de hoogst mogelijke opbrengst op basis van de bestemming ‘wonen/recreatie’ voor [perceel] , dat de rechtbank een makelaar benoemt die de opdracht tot verkoop krijgt en dat het advies van de makelaar over de vraag- en laatprijs moet worden gevolgd als partijen over die prijs geen overeenstemming bereiken.
4.17.
Partijen hebben afgesproken dat [persoon 4] binnen twee maanden nadat de laatste taxatie bekend is geworden, zal aantonen of hij de aankoop van de bospercelen kan financieren. Dat is het moment waarop bekend wordt of de percelen aan een derde te koop moeten worden aangeboden. De termijn voor het te koop aanbieden van de percelen zal daarom vanaf dat moment ingaan. Voor het bepalen van een termijn langer dan 8 dagen, zoals door [persoon 4] en [persoon 5] is gevorderd, ziet de rechtbank geen aanleiding.
4.18.
Partijen hebben afgesproken dat als de vergunning wordt verleend, ieder van hen een NVM-erkende taxateur opdracht zal geven om de bospercelen te taxeren. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding (meer) om een makelaar te benoemen. De rechtbank zal bepalen dat de opdracht tot verkoop wordt gegeven aan de makelaar die de percelen het hoogst heeft gewaardeerd op basis van de gewijzigde bestemming. Ook zal de rechtbank bepalen dat partijen de adviezen en de instructies van de makelaar met betrekking tot de verkoop van de percelen moeten volgen, waaronder het advies over de vraag- en laatprijs als partijen over die prijs geen overeenstemming bereiken. Partijen voeren hierover geen discussie.
4.19.
De rechtbank zal overeenkomstig de vordering van [persoon 4] en [persoon 5] bepalen dat partijen niet aanwezig mogen zijn bij de bezichtigingen van de bospercelen en de boswoning. Partijen voeren daarover geen discussie.
4.20.
[persoon 4] en [persoon 5] vorderen te bepalen dat de notariële levering van de bospercelen aan de koper niet eerder plaatsvindt dan na ommekomst van zes maanden na de datum waarop de koper de koopovereenkomst heeft ondertekend. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ziet de rechtbank niet in waarom niet kan worden ingestemd met een eventueel verzoek van de koper om het transport eerder dan na zes maanden te laten plaatsvinden. De rechtbank acht een termijn van minimaal zes weken tussen het ondertekenen van de koopovereenkomst door de koper en het transport redelijk en zal dienovereenkomstig beslissen.
verdeling verkoopopbrengst
4.21.
Partijen zijn het erover eens dat de verkoopopbrengst tussen ieder van hen gelijk moet worden verdeeld nadat hierop de navolgende kosten in mindering zijn gebracht:
(i) de makelaarskosten, (ii) de notariskosten (voor zover met de koper niet kan worden overeengekomen dat deze kosten voor rekening van koper zijn) en (iii) andere verkoopkosten. Voor wat betreft de kosten verbonden aan het vergunningstraject zal worden bepaald, zoals hiervoor al is overwogen, dat [persoon 5] en [personen 1,2 en 3] hun aandeel in de kosten verbonden aan het vergunningstraject, zijnde een bedrag van in totaal € 12.000,00, aan [persoon 4] moeten voldoen door deze te verrekenen met hun aandeel in de overwaarde van de bospercelen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat [persoon 3] al een bedrag van
€ 2.000,00 heeft betaald.
overige vorderingen:
schadevergoeding van € 10.000,00
4.22.
[personen 1,2 en 3] vorderen een schadevergoeding van € 10.000,00 van [persoon 4] . Daartoe voeren zij aan dat [persoon 4] zonder overleg met hen roerende zaken in en rondom de boswoning heeft verkocht of verwijderd, terwijl deze zaken aan partijen als erfgenamen gezamenlijk in eigendom toebehoren. [persoon 4] heeft dat betwist en stelt op zijn beurt dat [persoon 1] en zijn echtgenote veel inboedelgoederen van de boswoning hebben verkocht en dat er ook zaken in overleg met [persoon 3] zijn weggegooid.
4.23.
Onduidelijk is gebleven welke zaken behorend tot de nalatenschappen van de ouders van partijen door toedoen van wie van partijen zijn verdwenen en wat de waarde van die zaken was. [personen 1,2 en 3] hebben op dit punt niet aan hun stelplicht voldaan. De vordering wordt daarom afgewezen.
eigenaars- en gebruikerslasten
4.24.
[personen 1,2 en 3] stellen dat [persoon 4] vanaf september 2022 met uitsluiting van de andere erfgenamen/deelgenoten de bospercelen en de boswoning gebruikt en daarom de eigenaars- en gebruikerslasten vanaf 1 september 2022 tot aan de datum van verkoop en levering van de percelen aan een derde voor zijn rekening moeten komen. [personen 1,2 en 3] stellen dat van de ervenrekening vanaf september 2022 tot heden een bedrag van in totaal € 3.994,48 aan lasten is betaald. Het betreft de navolgende posten: Essent, gemeentelijke belastingen en waterschapslasten, Interpolis verzekering boswoning, bossenverzekering en afrekening Water.
4.25.
[persoon 4] heeft zich ter zitting bereid verklaard om de eigenaars- en gebruikerslasten te betalen vanaf 1 september 2022.
- post Essent
Voor wat betreft de eindafrekening van Essent zijn partijen het erover eens dat moet worden uitgegaan van een bedrag van € 1.412,56, waarvan 72% (van het totale verbruik) voor rekening van [persoon 4] moet komen en waarop in mindering moet strekken het bedrag van
€ 878,00 dat [persoon 4] al heeft betaald. Dit brengt met zich dat [persoon 4] nog een bedrag van
€ 139,04(€ 1.017,04 minus € 878,00) aan de gemeenschap van bospercelen moet voldoen.
- post gemeentelijke belastingen en waterschapslasten
[persoon 4] heeft erkend dat nog een bedrag van
€ 829,69voor zijn rekening komt, zodat [persoon 4] dit bedrag aan de gemeenschap van bospercelen moet voldoen.
- post Interpolis verzekering boswoning en de post bossenverzekering
[persoon 4] voert aan dat de boswoning dubbel lijkt te zijn verzekerd. De rechtbank volgt [personen 1,2 en 3] in hun betoog dat de gevolgen van het dubbel verzekeren van de boswoning voor rekening en risico van [persoon 4] moeten komen. Daartoe voeren zij aan dat de boswoning al vanaf 1965 is verzekerd en dat [persoon 4] , zonder overleg met hen, nog een verzekering voor de boswoning heeft afgesloten. [persoon 4] voor wiens rekening de eigenaars- en gebruikerslasten komen, had moeten nagaan of de boswoning al verzekerd was. Dit brengt met zich dat [persoon 4] nog een bedrag van
€ 2.054,66en een bedrag van
€ 349,02aan de gemeenschap van bospercelen moet voldoen.
- post afrekening Water
Ook voor wat betreft de eindafrekening van het water van € 52,14 moet naar het oordeel van de rechtbank 72% (van het totale verbruik) voor rekening van [persoon 4] komen. Dit brengt met zich dat [persoon 4] nog een bedrag van
€ 37,54aan de gemeenschap van bospercelen moet voldoen.
Geconcludeerd wordt dat [persoon 4] zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van
in totaal € 3.409,95.De rechtbank zal verder ten aanzien van dit punt bepalen dat [persoon 4] de eigenaars- en gebruikerslasten moet betalen, anders dan gevorderd, tot het moment dat hij de boswoning heeft verlaten.
gebruiksvergoeding
4.26.
[personen 1,2 en 3] vorderen voor het uitsluitend gebruik van de boswoning door [persoon 4] een gebruiksvergoeding van [persoon 4] ter hoogte van een marktconforme huur (door de makelaar vast te stellen) vanaf 1 september 2022 tot aan de datum waarop [persoon 4] de boswoning heeft verlaten. [persoon 4] voert hiertegen als verweer dat dat dubbelop zou zijn, omdat alle eigenaars- en gebruikerslasten ook al voor zijn rekening komen.
4.27.
De rechtbank volgt [persoon 4] niet in zijn betoog. Onvoldoende gemotiveerd is weersproken dat uitsluitend [persoon 4] het genot van de boswoning heeft gehad vanaf het moment dat hij de boswoning is gaan bewonen. [persoon 4] heeft zich vanaf september als volledig eigenaar van de boswoning gedragen en moet daarom een gebruiksvergoeding voldoen. Anders dan [persoon 4] meent, acht de rechtbank redelijk om voor de gebruiksvergoeding aan te sluiten bij een marktconforme huur, waarop in mindering kan worden gebracht 4/5e deel van de eigenaarslasten. De stelling van [persoon 4] dat de overige erfgenamen/deelgenoten dan meeprofiteren van de verfraaiingen die hij en zijn echtgenote in de boswoning hebben aangebracht, leidt niet tot een ander oordeel. Voor zover die verfraaiingen al een waardevermeerderend effect zouden hebben gehad, zijn deze zonder overleg met en instemming van de overige erfgenamen/deelgenoten aangebracht voor het eigen genot en comfort van [persoon 4] en zijn echtgenote. De rechtbank zal bepalen dat partijen de makelaar die de verkoopopdracht krijgt, opdracht geven tot het vaststellen van de marktconforme huur, waarna de gebruiksvergoeding berekend kan worden.
ontruiming
4.28.
[personen 1,2 en 3] vorderen een veroordeling van [persoon 4] om uiterlijk twee weken voorafgaand aan de goederenrechtelijke levering van de bospercelen aan de derde/koper, de bospercelen en de boswoning te verlaten, te ontruimen en in de (schone) staat zoals deze was per 1 september 2022 achter te laten.
4.29.
[persoon 4] verzoekt rekening met het feit dat hij, zijn echtgenote en haar zoon niet zomaar vervangende woonruimte hebben en acht daarom een ontruimingstermijn langer dan gevorderd redelijk. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding. [persoon 4] kan vanaf het moment dat hij weet dat hij de bospercelen niet kan financieren rekening houden met het feit dat hij, zijn echtgenote en haar zoon de boswoning zullen moeten verlaten. Bovendien is permanente bewoning van de boswoning niet toegestaan, ook niet na de bestemmingswijziging. [personen 1,2 en 3] weten dat [persoon 4] de woning niet kan achterlaten in de staat zoals deze was per 1 september 2022. De rechtbank zal daarom de vordering tot ontruiming toewijzen zoals hierna in de beslissing verwoord.
proceskosten
4.30.
Anders dan door partijen gevorderd, ziet de rechtbank geen aanleiding om één van partijen te veroordelen in de proceskosten. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.
slotoverweging
4.31.
Gelet op de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst op onderdelen van het geschil, verstaat de rechtbank dat op de overige ingestelde vorderingen niet meer hoeft te worden beslist. Met inachtneming van de vaststellingsovereenkomst tussen partijen en hetgeen hiervoor onder 3.2. en verder is overwogen, beslist de rechtbank als volgt.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
beveelt partijen om de tussen hen gemaakte afspraken zoals in dit vonnis onder 3.1. opgenomen, na te komen,
5.2.
kent aan [persoon 4] het uitsluitend gebruiksrecht toe van de bospercelen en de boswoning tot het moment dat de percelen geheel aan [persoon 4] in eigendom zijn overgedragen dan wel tot het moment dat hij de percelen en de boswoning zal moeten verlaten, omdat deze aan een derde zijn verkocht,
in de situatie dat de bospercelen (inclusief boswoning) aan [persoon 4] worden overgedragen:
5.3.
deelt de bospercelen en de boswoning toe aan [persoon 4] ,
5.4.
bepaalt dat [persoon 4] een notaris opdracht geeft tot het opstellen van de akte van verdeling,
5.5.
bepaalt dat [persoon 4] de notariskosten verbonden aan de eigendomsoverdracht van de bospercelen aan hem moet betalen,
5.6.
bepaalt dat [persoon 4] het aandeel van [persoon 5] en [personen 1,2 en 3] . in de overwaarde van de bospercelen en de notariskosten verbonden aan de eigendomsoverdracht van de percelen aan hem moet overmaken naar de derdengeldenrekening van de notaris,
5.7.
bepaalt dat [persoon 5] en [personen 1,2 en 3] hun aandeel in de kosten verbonden aan het vergunningstraject, zijnde een bedrag van in totaal € 12.000,00, aan [persoon 4] moeten voldoen door deze te verrekenen met hun aandeel in de overwaarde van de bospercelen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat [persoon 3] al een bedrag van € 2.000,00 heeft betaald,
in de situatie dat de bospercelen (inclusief boswoning) niet aan [persoon 4] worden toegedeeld:
5.8.
beveelt partijen binnen 8 dagen na de datum waarop bekend wordt dat [persoon 4] de aankoop van de bospercelen niet kan financieren, om de NVM-makelaar die de bospercelen het hoogst heeft gewaardeerd, opdracht te geven over te gaan tot verkoop van de percelen tegen de hoogst mogelijke opbrengst op basis van de (voor zover aan de orde) gewijzigde bestemming,
5.9.
bepaalt dat partijen de adviezen en de instructies van de makelaar met betrekking tot de verkoop van de bospercelen moeten volgen, waaronder het advies over de vraag- en laatprijs als partijen over die prijs geen overeenstemming bereiken.
5.10.
bepaalt dat partijen niet aanwezig mogen zijn bij de bezichtigingen van de bospercelen en de boswoning,
5.11.
bepaalt dat de notariële levering van de bospercelen aan de derde niet eerder plaatsvindt dan na ommekomst van 6 weken na de ondertekening van de koopovereenkomst door deze derde/koper,
5.12.
bepaalt dat de verkoopopbrengst van de bospercelen tussen partijen gelijk wordt verdeeld nadat hierop de navolgende kosten in mindering zijn gebracht:
- de makelaarskosten,
- de notariskosten (voor zover met de koper niet kan worden overeengekomen dat deze
kosten voor rekening van koper zijn),
- andere verkoopkosten.
5.13.
bepaalt dat [persoon 5] en [personen 1,2 en 3] hun aandeel in de kosten verbonden aan het vergunningstraject, zijnde een bedrag van in totaal € 12.000,00, aan [persoon 4] moeten voldoen door deze te verrekenen met hun aandeel in de overwaarde van de bospercelen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat [persoon 3] al een bedrag van € 2.000,00 heeft betaald,
beslist op het overige als volgt:
5.14.
veroordeelt [persoon 4] tot betaling van een bedrag van in totaal € 3.409,95 met betrekking tot eigenaars- en gebruikerslasten en bepaalt dat [persoon 4] dit bedrag moet overmaken naar een door [personen 1,2 en 3] daartoe op te geven rekeningnummer van een bankrekening die ten behoeve van de gemeenschap van bospercelen wordt aangehouden,
5.15.
bepaalt dat [persoon 4] de eigenaars- en gebruikerslasten moet betalen tot het moment dat hij de boswoning heeft verlaten,
5.16.
veroordeelt [persoon 4] tot betaling van een gebruiksvergoeding aan [persoon 5] en [personen 1,2 en 3] vanaf 1 september 2022 tot het moment dat [persoon 4] de boswoning heeft verlaten,
5.17.
bepaalt dat de hoogte van de gebruiksvergoeding gelijk is aan de marktconforme huur van de boswoning nadat daarop 4/5e gedeelte van de eigenaarslasten in mindering is gebracht,
5.18.
bepaalt dat partijen de makelaar die de verkoopopdracht krijgt ook opdracht geven tot het vaststellen van de marktconforme huur van de boswoning,
5.19.
veroordeelt [persoon 4] uiterlijk twee weken voorafgaand aan de goederenrechtelijke levering van de bospercelen aan de derde/koper, de bospercelen en de boswoning te verlaten, te ontruimen en in schone staat achter te laten,
5.20.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.21.
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,
5.22.
wijst het meer of anders gevorderde af dan wel verstaat dat op de overige vorderingen van partijen niet meer hoeft te worden beslist.
Dit vonnis is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.