De klager heeft op 13 november 2025 een klaagschrift ingediend tegen het beslag op zijn telefoon, die op 9 oktober 2025 in beslag is genomen in het kader van een fraudeonderzoek. Klager stelt dat hij niet als verdachte is gehoord en dat het belang van strafvordering zich niet verzet tegen teruggave van de telefoon.
De officier van justitie heeft toegelicht dat het onderzoek aan de telefoon nog niet is afgerond en dat klager nog als verdachte zal worden gehoord. Het strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag is daarom aanwezig.
De rechtbank overweegt dat het onderzoek in raadkamer summier van aard is en dat het niet kan oordelen over de uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak. Gezien het lopende onderzoek en het tijdsverloop sinds de inbeslagname, is het beslag gerechtvaardigd en is er geen sprake van een onredelijke termijn.
Daarom verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond en handhaaft het beslag op de telefoon. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.