ECLI:NL:RBZWB:2026:1664

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
RK 25-024566 en 25-024567
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding voor onterechte inverzekeringstelling en kosten verzoekschrift

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 februari 2026 uitspraak gedaan in een verzoekschriftprocedure ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering. Verzoekster vorderde een vergoeding van €130,- voor de schade door een onterechte inverzekeringstelling van één dag en een forfaitaire vergoeding van €340,- voor de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift.

De zaak was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a Sr, waardoor de rechtbank bevoegd was het verzoek in behandeling te nemen. Op grond van artikel 533 Sv Pro kan een vergoeding worden toegekend voor schade door ondergane inverzekeringstelling indien de zaak is geseponeerd of de verdachte niet is veroordeeld. Artikel 530 Sv Pro biedt vergoeding voor reis- en verblijfskosten en kosten van een raadsman.

De rechtbank oordeelde dat er gronden van billijkheid aanwezig waren om de vergoeding toe te kennen. De gevraagde vergoeding van €130,- voor één dag inverzekeringstelling op het politiebureau is conform de LOVS-uitgangspunten en werd toegekend. Daarnaast werd het forfaitaire bedrag van €340,- voor de kosten van het verzoekschrift eveneens toegewezen.

De totale vergoeding van €470,- zal worden overgemaakt op de derdengeldenrekening van de advocaat van verzoekster. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De rechtbank kent een vergoeding toe van €130,- voor onterechte inverzekeringstelling en €340,- voor de kosten van het verzoekschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-222054-25
raadkamernummers: 25-024566 en 25-024567
Beslissing op de verzoeken ex artikelen 533 en 530 Sv van:
[verzoekster],
geboren op [datum] 1991 te [plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.C.J. Heinen advocaat te Roosendaal, (Bovendonk 11A, 4707 ZH Roosendaal),
hierna te noemen: de verzoekster.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 130,00, € 130,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 340,00 € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 11 augustus 2025;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
De officier van justitie heeft de schriftelijke reactie aan de advocaat van verzoekster doen toekomen. De advocaat van verzoekster heeft ermee ingestemd dat het verzoek zonder behandeling ter zitting wordt afgedaan.
De rechtbank zal zonder mondelinge behandeling op het verzoekschrift beslissen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 533 Sv Pro kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoekster een vergoeding toe te kennen voor de dag die zij onterecht in verzekering heeft doorgebracht.
Verzoekster heeft
1 dag in verzekeringdoorgebracht, waarvan 1 dag op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau of in het Huis van Bewaring met beperkingen of in een extra beveiligde inrichting (EBI) en € 100,00 in de overige gevallen.
De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van
€ 130,00.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 130,00, bestaande uit schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 340,00de kosten verbonden aan de indiening van de verzoekschriften;
bepaalt dat een bedrag van
€ 470,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de Luijtgaarden Advocaten, onder vermelding van “[verzoekster]/202512510”.
Deze beslissing is op 24 februari 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 24 februari 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.