Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
ex artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 8.631,89, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
- € 45,70, voor vergoeding van reiskosten;
- € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
- het vonnis van de meervoudige strafkamer van 1 oktober 2025 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
- de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
- de overige stukken in het raadkamerdossier.
2.De beoordeling
2 dagen in verzekeringdoorgebracht, waarvan 2 dagen op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau of in het Huis van Bewaring met beperkingen of in een extra beveiligde inrichting (EBI) en € 100,00 in de overige gevallen.
€ 8.631,89is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
€ 340,00toegekend.
3.De beslissing
€ 260,00, bestaande uit schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
€ 8.937,59zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 1] ten name [verzoeker], onder vermelding van “[verzoeker]/OM”.
€ 340,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 2] ten name van Qudos Advocaten onder vermelding van “[verzoeker]/OM”.