Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de aanvullende producties 7 en 8 van [eiseres] ;
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
6.De beslissing
- een bedrag van € € 6.006,80 aan achterstallige huur tot en met februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente hierover vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele betaling,
- een bedrag van € 1.014.20 aan achterstallige huur voor de maand maart 2026, voor zover [gedaagde] met betaling daarvan in gebreke is gebleven, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente hierover vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele betaling,
- een bedrag van € 1.200,00 aan contractuele boete, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele betaling,
- een bedrag van € 380,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf datum vonnis tot aan de dag van algehele betaling,
- een bedrag van € € 233,95 aan gebruikerslasten uit de aanslag gemeentelijke belastingen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 30 dagen na de factuurdatum tot aan de dag van algehele betaling,
- een bedrag van € 1.014,20 per maand aan gebruiksvergoeding vanaf 1 april 2026 tot het moment waarop de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover van de opeisbaarheid van de betreffende gebruiksvergoedingstermijnen tot aan de dag van algehele betaling;