De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1982 in Somalië. Betrokkene ontkent de gestelde diagnose en stelt dat zij onterecht wordt behandeld, terwijl zij aangeeft dat blowen haar copingmechanisme is en dat zij onvoldoende hulp krijgt om hiermee te stoppen.
De psychiater rapporteert een verslechtering van de psychische toestand sinds het pensioen van de vaste behandelaar in 2013, met wantrouwen jegens zorginstellingen en het indienen van vele klachten die mogelijk voortkomen uit een psychose. Er is geen geschikte partij gevonden om de zorg over te nemen.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan meerdere stoornissen waaronder middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, schizofreniespectrumstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen, die leiden tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en agressie. Betrokkene veroorzaakt overlast en vertoont agressief gedrag, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden, waarbij verplichte zorgvormen zoals medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie worden toegestaan. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorg is evenredig en effectief. De beschikking is op 9 februari 2026 mondeling gegeven en op 16 februari 2026 schriftelijk vastgesteld.